vrijlating

Grijze Zeehondenpopulatie Schouwse kust groeit

Sinds Jaap van der Hiele van de Eerste Hulp bij Zeezoogdieren (EHBZ) in 1993 betrokken raakte bij de opvang, werden de dieren op Zeeuws grondgebied weer in de Noordzee teruggezet. Normaal gebeurt dat in de Waddenzee.

Afgelopen zomer vestigde zich evenwel een groep grijzen op drie verschillende zandplaten voor de Schouwse kust. De populatie is volgens recente tellingen uitgegroeid tot hondertwintig zeehonden.¨Jij laat Fleur er zelf uit?¨, vraagt de verzorger van de zeehonden overbodig. Een gedecideerd ‘zeker weten’ is direct het antwoord en de vrouw klimt gelijk op de kist. Vier andere ‘vinders’ volgen haar voorbeeld. Op het teken van de begeleiders worden de kleppen aan de voorkant verwijderd en ruiken Indy, Ria, Ilya, Snoef en Fleur aan hun vrijheid.

De jonge grijze zeehonden spoelden tussen eind december en februari verzwakt aan bij Domburg (2), de Brouwersdam, Ouddorp en Oostvoorne. En voor het eerst sinds Jaap van der Hiele van de Eerste Hulp bij Zeezoogdieren (EHBZ) in 1993 betrokken raakte bij de opvang, werden de dieren op Zeeuws grondgebied weer in de Noordzee teruggezet. Normaal gebeurt dat in de Waddenzee. Afgelopen zomer vestigde zich evenwel een groep grijzen op drie verschillende zandplaten voor de Schouwse kust.

De populatie is volgens recente tellingen uitgegroeid tot hondertwintig zeehonden, waarvan zo’n 70 grijze en 50 gewone zeehonden. De fortuinlijke vijf die zaterdag op het strand van het Renesser Watergat werden vrijgelaten, zullen zich bij die groepen aansluiten, verwacht Van der Hiele.

Zodra de kleppen van de kisten openschuiven, scharrelen de zeehonden het zand in. Twee vinden ogenblikkelijk hun weg naar de branding. Drie anderen wijfelen nog en draaien wat in de rondte, een beetje in de war van de vijf uur lange reis uit de crêche in Pieterburen. Marten Geerse van EHBZ geeft met twee handen de maat aan van het hoopje ellende dat ze aantroffen toen de jonge dieren een paar maanden geleden aanspoelden. Sindsdien zijn ze zichtbaar op krachten gekomen. ¨Moet je kijken wat prachtig¨, knikt Geerse naar het verterend tafereel. ¨Hier doe je het nou voor!¨ Na enige aansporing zoeken ook zij het water op, al lijkt één van de dieren maar moeilijk afscheid te kunnen nemen. Ze blijft een tiental minuten een beetje heen en weer zwemmen voor de voeten van haar groepje mensen, maar zoekt dan ook het ruime sop op. Hoopvol

Van der Hiele gaat er vanuit dat de zeehonden zich binnen twee uur mengen onder hun soortgenoten. ¨Het is opkomend water. Straks gaan ze fourageren en dan hebben ze elkaar zo gevonden. Geen enkel probleem.¨ De ontwikkeling van de zeehonden voor de Schouwse kust stemt hoopvol. De populatie groeit en daarmee lijken de dieren het naar hun zin te hebben. Dat neemt niet weg, constateert Van der Hiele, dat ze enorm kwetsbaar zijn. ¨Het is één grote familie in de Voordelta. Eén virus en je hebt een grote sterfte. De kwantiteit wil nog niet zeggen dat het ook goed zit met de kwaliteit.¨

Naast de 70 grijze en 50 gewone voor de Schouwse kust leven er in de Oosterschelde twintig en in de Westerschelde nog eens veertig gewone zeehonden, aldus Van der Hiele. De grijze soort kan maximaal zo’n 220 kilo wegen, terwijl de ‘gewone’ zeehond uit de binnenwateren tussen de 80 en 120 kilo haalt.