gewone zeehondgrijze zeehondRTZ ZuidWest

Aantal gewone zeehonden daalt in Delta

MIDDELBURG, 24 aug 2004 – De toename van het aantal gewone zeehonden in de deltawateren is abrupt omgebogen in een forse daling. In 2002 werden nog 170 dieren geteld, deze zomer ligt de score op 107. Wel is op de Bol van de Ooster voor de Brouwersdam een groep van circa 65 grijze zeehonden opgedoken.Voor de neerwaartse lijn – na zo’n tien jaar van gestage groei – is geen duidelijke verklaring, zegt Henk Zandstra, zeezoogdierendeskundige bij de provincie Zeeland. Mogelijk is het zeehondenvirus, dat in 2003 rondwaarde, van invloed. Ook kan sprake zijn van toenemende verstoring door recreatie. En wellicht verjagen de grijze zeehonden de gewone.

“Een beetje raar jaar”, noemt Zandstra 2004. In de eerste plaats door de komst van de grijze zeehonden in de Voordelta. “We hadden er eerst maar enkele exemplaren van en nu is ineens die hele groep verschenen. Het is lastig te zeggen waar ze vandaan komen”, aldus Zandstra. ,,Het kan zijn vanuit de Waddenzee, maar ook vanaf de Engelse oostkust.”

Hij merkt op dat de grijze en gewone zeehonden, hoewel familie, zich afzonderlijk van elkaar ophouden. De grijze is flink groter dan de gewone en heeft een donkerder vacht. De beesten houden zich dicht bij elkaar op een plaat op. De jonge dieren – met de bekende witte vacht – worden in de winter geboren.

De gewone zeehond gedraagt zich minder familie-achtig en ligt liever apart. Deze dieren krijgen in de zomer baby’s. Op de Bol van de Ooster lagen voorgaande jaren veel gewone zeehonden. Die zijn met onbekende bestemming vertrokken, echter niet naar andere deltawateren.

Het aantal van 170 gewone zeehonden in 2002 daalde in 2003 tot 155: 87 in de Voordelta, 20 in de Oosterschelde, 46 in de Westerschelde en twee in de Grevelingen. Zandstra gaat ervan uit dat het zeehondenvirus bij de daling een rol speelde. “Op zich valt het nog mee, in vergelijking tot de achteruitgang in de Waddenzee.”

De recentste telling toont dit jaar 172 zeehonden aan. Als daar de groep grijze zeehonden van wordt afgetrokken, komt dit uit op 107 gewone zeehonden (waarvan 26 in de Oosterschelde en 38 in de Westerschelde). In september houdt Zandstra de laatste seizoentelling.

Recreatie

Dat verstoring door met name watersporters de tellingen behoorlijk kan beïnvloeden, blijkt uit de resultaten van een rondvlucht in juli, toen er veel recreatiedruk in en om de leefgebieden optrad. Er werden slechts 120 dieren waargenomen, waarvan een deel zwemmend.

Zandstra herinnert eraan dat er in 1984 nog maar drie zeehonden in de deltawateren aanwezig waren en in 1994 inmiddels 24. Het aantal bleef gestaag stijgen. Tellingen vanuit een vliegtuig, sinds 1996, bieden meer inzicht in de ontwikkeling. De provinciaal zeezoogdierendeskundige is erg benieuwd naar de situatie volgend jaar. “Het kan zijn dat de hele groep grijze zeehonden dan weg is. Of er weer meer gewone zeehonden zijn, is afwachten.” Dit seizoen zijn zowel in Wester- als Oosterschelde twee jonge dieren gemeld.

Van een ander zeezoogdier, de bruinvis, houden zich twee tot drie exemplaren de laatste jaren op in de Oosterschelde. Zandstra: “Ze kunnen zich er kennelijk goed handhaven. Er is genoeg voedsel beschikbaar.” Ook in de Westerschelde worden regelmatig bruinvissen waargenomen.

Bron: PZC 24 augustus 2004, Rinus Antonisse