tuimelaar

Grote groep tuimelaars in het Marsdiep

Den Helder, 12 aug 2004 – Op 12 augustus 2004 trok ’s morgens een groep van tenminste 100 dolfijnen langs de kust bij Huisduinen (Den Helder) de Waddenzee in. De helft van deze dolfijnen zwom tot aan Breezand bij de Afsluitdijk door om vervolgens tegen de avond naar de Noordzee terug te keren. Afsplitsingen van deze groep waren al eerder in de loop van de middag via Texel weer naar de Noordzee getrokken.

Op grond van beschrijvingen van waarnemers en gebrekkig fotomateriaal werden de dolfijnen aanvankelijk als witsnuitdolfijnen gedetermineerd.
Later ontvangen beeldmateriaal (filmbeelden van Jaap Eelman uit Den Burg van de eerste groep, dia’s van Arnold Gronert uit Petten van de tweede groep) wierp echter een volkomen ander licht op de zaak: het ging hier in beide gevallen om Tuimelaars.Den Helder – Voor de kust van Den Helder en de Waddenzeekust van Texel is vandaag een school van tientallen tuimelaars gesignaleerd. De dolfijnen maakten vele buitelingen en zagen er volgens deskundigen van het Nioz, het Nederlands Instituut voor onderzoek der zee, goed uit.

De dolfijnen trokken vanaf de Noordzee via het Marsdiep de Waddenzee binnen, hetgeen uitermate ongebruikelijk is.

Tuimelaars zijn meer kustgebonden dolfijnen die oorspronkelijk in het Marsdiep voorkwamen maar er ongeveer 50 jaar geleden zijn verdwenen. Het voorkomen van grote groepen was zelfs in de tijd dat ze hier nog voorkwamen ongewoon en het is niet eenvoudig te verklaren waarom de dieren hier rondzwierven of waar ze vandaan gekomen kunnen zijn.

Het is te vroeg om te spreken van een terugkeer van de Tuimelaar in onze omgeving, maar de dieren trokken door een gebied waar ze van oudsher voorkwamen en waar ze vrij plotseling verdwenen zijn.

Er werd melding gemaakt van de aanwezigheid van kalfjes (jonge dieren), maar dat is niet verwonderlijk voor zo’n grote groep bij een soort waarvan de familiebanden sterk en langdurig zijn.
Er zijn geen indicaties dat de dieren “verdwaald” of enigszins in de problemen waren en er zijn geen strandingen geweest samenhangend met deze invasie. Druk scheepvaartverkeer (zeiljachten, veerboten, motorbootjes) in het Marsdiep vormde kennelijk geen enkele belemmering voor deze dieren en ofschoon ze schepen niet doelbewust opzochten is er geen vluchtgedrag waargenomen.

Diverse ooggetuigeverslagen hebben duidelijk gemaakt dat het om een grote, verspreide groep tuimelaars is gegaan. Waarnemers op de Helderse Zeewering houden vol dat het om tenminste 100-200 dieren ging.
Jaap Eelman, de filmer, ziet op een gegeven moment 25 dieren tegelijk aan de oppervlakte. Als dat zo is, zegt de rule of thumb van dolfijnen waarnemers dat er minstens het viervoudige – zeker 100 dieren – moet zwemmen.

De heer Molendijk vaart 3 uur lang met de dolfijnen op in een klein motorbootje. Van hem horen we een schatting van ongeveer 50 dieren, die onbekommerd het vaartuig naderen, of de motor nu bijstaat of niet, en die behendig opgestelde visnetten in de westelijke Waddenzee weten te ontwijken.

De groep keert om richting Texel ter hoogte van boei D16, dat is ter hoogte van Breezanddijk (vlak bij de Afsluitdijk) om terug te zwemmen richting Texel.
Rond 11:30 worden vanaf het NIOZ gebouw door Peter Reijnders tenminste 20 tuimelaars gezien. Vermoedelijk een afsplitsing van de hoofdgroep.

De dieren bevonden zich dus met laagwater in de westelijke Waddenzee, en geopperde theorieën dat ze makrelen met opkomend tijd hebben gevolgd moeten verworpen worden.

Vissers uit Wieringen melden enorme vangsten van zandspiering in het Zuidgat en melden dit telefonisch, in reactie op berichten in de Noord-Hollandse Courant over de voedselschaarste in de Noordelijke Noordzee.