gewone zeehond

Moeizaam herstel zeehondenpopulatie in Westerschelde

Middelburg, 27 dec 2003 – De kans op een flink en fluks herstel van het aantal zeehonden in de Westerschelde is uiterst klein. Er is weliswaar voldoende ruimte in de zeearm voor een levensvatbare groep, maar te weinig voedsel (vis), slechte waterkwaliteit en verstoring (met name door recreatie) zijn vooralsnog grote knelpunten.

Voor terugkeer van de bruinvis zijn de mogelijkheden nòg slechter. Dit zeezoogdier eet vooral energierijke rondvis. Echter, haring en spiering zijn nog steeds nagenoeg afwezig in de Westerschelde. Voor de bruinvis kan bovendien de scheepvaart problemen opleveren (geluidverstoring).Dit blijkt uit het rapport Zeezoogdieren in de Westerschelde: knelpunten en kansen, van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ). Het is opgesteld met het oog op de uitvoering van de Europese Habitatrichtlijn. De Westerschelde geldt als ’speciale beschermingszone’. Gewone zeehond en bruinvis zijn in de richtlijn opgenomen soorten die bijzondere aandacht vereisen.

Ruim honderd jaar geleden bood de Westerschelde onderdak aan ongeveer duizend zeehonden en ten hoogste vijfhonderd bruinvissen.

Platen
Tegenwoordig is het aantal zeehonden in de zeearm beperkt tot ongeveer vijftig (in de hele Delta honderdvijftig). Sinds 1994 wordt jaarlijks een klein aantal jongen geboren, op de Platen van Valkenisse en de Molenplaat. De bruinvis komt sporadisch voor; de laatste jaren wordt het beest meer gesignaleerd.

Zonder aanvullende maatregelen zal de zeehond zich door de watervervuiling voorlopig nauwelijks kunnen voortplanten in de Westerschelde.

De groep kan alleen bestaan door immigratie en het uitzetten van na ziekte herstelde dieren (sinds 1997 gebeurt dat vanuit Sea Life in Blankenberghe; totaal vijftig stuks).

De komende tien jaar kan het aantal zeehonden in de zeearm toenemen tot 75 exemplaren, vooropgesteld dat de recreatieve druk op de platen niet verder toeneemt en het zeehondenvirus niet voortdurend toeslaat. Voor de bruinvis is het lastig een toekomstverwachting te geven. Of het dier weer een vaste bewoner wordt, hangt vooral af van het herstel van de haringstand.

Ook voor de zeehond speelt, naast watervervuiling en verstoring, de beschikbaarheid van eten een voorname rol. Naar verwachting kunnen niet meer dan honderdtachtig gewone zeehonden en twintig bruinvissen in de Westerschelde aan voldoende voedsel komen. Een volwassen zeehond eet gemiddeld vijf kilo platvis per dag en een bruinvis tot vijf kilo rondvis.

Delta-populatie
Een zelfstandige zeehonden-populatie in de Westerschelde, zoals vroeger, zit er niet in. Dat vereist tenminste vijfhonderd dieren.

De zeehonden in de zeearm maken deel uit van de Delta-populatie, die uitwisseling heeft met de Waddenzee en Engeland. De bruinvissen zullen aangewezen zijn op de populatie in de zuidelijke Noordzee.

Als de waterkwaliteit verbetert, zal de visstand zich gedeeltelijk herstellen en dat is goed voor het voedselaanbod. Een prognose geeft aan dat over ruim dertig jaar de waterkwaliteit nog steeds onvoldoende is voor een gezonde zeezoogdierpopulatie.

Mogelijk dat de Habitatrichtlijn en de nieuwe Kaderrichtlijn Water de sanering van het Scheldebekken enigszins kunnen bespoedigen.

De onderzoekers pleiten voor het indammen van de verstoring: platen niet meer betreden en/of pleziervaartuigen op flinke afstand houden. Het is zinvol een zeehondenreservaat in te stellen op de Platen van Valkenisse rond de Zimmermangeul of op de Hooge Platen.