grijze zeehond

zeehondenpup aangespoeld op kerstavond

VLISSINGEN – Op het roeiershoofd bij de loodsensteiger in Vlissingen is op kerstavond 2003 een jonge grijze zeehond gevonden. Het beestje is vermoedelijk afkomstig van de Engelse kust.


De zeehondenbaby is nog dezelfde avond overgebracht naar de zeehondencrèche in Pieterburen. Het zeehondje werd om half zes ontdekt door een voorbijganger. Die waarschuwde de politie. Het diertje werd met enige moeite van de basaltblokken gehaald. “Het was spekglad”, zegt Albert Dijkstra van de strandbewaking Vlissingen. “En we moesten oppassen dat we niet gebeten werden. Het zeehondje zag er lief uit, maar hij was enorm fel.”

Jaap van der Hiele van de Eerste Hulp bij Zeezoogdieren (EHBZ) constateerde dat het ging om een grijze zeehond van nog geen drie weken oud. “Hij hoort nog bij zijn moeder, hij heeft zijn eerste babyhaar nog.” Het beestje is net op een leeftijd dat zeehonden leren zwemmen. Dat is zijn redding geweest, hij heeft de oversteek overleefd.

De zeehond is in een speciale mand geladen en met de auto naar Pieterburen gebracht. “We hebben hem onderweg nog getemperatuurd”, verteld Dijkstra. “Hij mocht niet te warm worden. We hebben hem ook nog een voeding gegeven met een maagsonde. Hij lag achterin de auto te huilen, hij was echt zijn moeder aan het roepen. Uiteindelijk is hij in slaap gevallen.”
De zeehond is in Hilversum overgedragen aan medewerkers van de zeehondencrèche, die Dijkstra en Van der Hiele tegemoet waren gekomen.

Langs de Zeeuwse kust komen eigenlijk alleen gewone zeehonden voor. Op de wadden leeft een populatie grijze zeehonden, net als in Engeland. Grijze zeehonden krijgen jongen in de periode tussen half november en half januari. Door de storm van vorige week zijn ook op de wadden veel jongen afgedreven van hun moeder.

In totaal kreeg de zeehondencrèche zesentwintig zeehondenpups binnen, een record. De gewone zeehond krijgt in de zomer jongen, buiten het stormseizoen.

De grijze zeehondenbaby is het 82e dier dat de EHBZ dit jaar heeft binnengebracht. Vijftien dieren werden levend aan land gebracht, dertien zeehonden waarvan vier grijze- en twee bruinvissen.

Voor Van der Hiele was dit zeehondje heel bijzonder. “Meestal zijn ze al verhaard en wegen ze nog zo’n vijftien kilo. Dit zeehondje woog veertig kilo, een teken dat hij nog niet zo lang van zijn moeder weg was. Als ze zo jong zijn, drinken ze nog melk. Ze kunnen niet zo lang alleen overleven.”

Het Vlissingse diertje zal het hoogstwaarschijnlijk wel redden, denkt Van der Hiele. Hij heeft in ieder geval genoeg pit. “In Pieterburen heeft hij de eerste broeken al kapot gebeten.”

>> Fotoverslag