rapporten en studies

Zeehonden in de Westerschelde

Middelburg, 8 mei 2003 – De laatste jaren gaat het terug wat beter met de zeehonden in de Westerschelde. Ondanks het toeslaan van het zeehondenvirus in 1998 en 2002, zit de populatie in de lift. Vroeger was men daar alles behalve blij mee; men beschouwde zeehonden als vijand nummer 1. Ook hoeven we nog niet uitbundig te juichen, want er loeren her en der nog gevaren.De laatste jaren gaat het beter met de zeehonden in de Westerschelde. Op jaarbasis spreekt men van 400 tot 500 waarnemingen die zich voornamelijk op Nederlands grondgebied situeren.

zeehonden op de Platen van Valkenisse

 

Uit recente gegevens blijkt dat er in de Nederlandse Waddenzee ongeveer 1.500 gewone zeehonden leven, en er mogen er gerust nog enkele bijkomen. Volgens experten is er in Nederland ruim plaats en voedsel voor 14.000 zeehonden. En daar profiteren wij van mee want een zeehond maakt soms erg verre verplaatsingen. Zo werden er al zeehonden die in de Westerschelde gelost werden, een tijdje later teruggevonden in de Waddenzee. Of neem de zeehond Fritz: afkomstig van de Duitse Waddeneilanden werd hij in Belgie ergens hoog in de loop van de Nete uit het water gevist.

Historiek

hotel Jagersrust in DoelHeel de geschiedenis door wordt de zeehond gezien als de grote concurrent voor de mens. Werd er minder vis gevangen, dan was de zeehond de grote schuldige.

Zelfs in de 20e eeuw was de zeehond vogelvrij verklaard. Men schatte dat elk dier ruim 8kg vis per dag verorberde, en dat vonden de vissers een bedreiging voor hun broodwinning.

Tot in de jaren 60 werden zeehonden dan ook intensief bejaagd. Per dag schoot men gemiddeld 15 zeehonden.
De uitvalsbasis voor de zeehondenjacht was hotel-restaurant Jagersrust in Doel. Van daaruit vertrok men richting Saeftinghe.

Richard Beijenberg verteld uit zijn jeugdherinneringen:” …Ook de pacht op de Schelde was niet weg te denken, dit was een bezigheid van rijkelui. Een centraal punt was Doel. Vandaag zien we nog een grote naam op een restaurant staan dat herinnert aan de jacht van weleer, De Jagersrust.

de zeehondenslagerIk zie de bedrijvigheid nog voor mij, met grote jachten zoals de Times en de Faling; deze jaagden op de zeehond. De zeehonden heb ik enkele malen geteld tussen Doel en Vlisingen, ruw geschat waren er tussen de 3 à 400 stuks te zien. Het was toen ongedierte dat men schoot voor de pels en de traan. Op doel zelf was een slager die dit goed kon. De traan werd gebruikt als smeermiddel voor machines. Ook werden er dieren gestroopt en de rest ging terug over boord.

Een rasechte zeehondenjager was Flor De Zee. Hij had zelf een boot, viste in de zomer wat garnalen en in ‘t najaar verhuurde hij zich aan de Antwerpse jagers. Ik heb zelf met Flor gesproken en hij wist mij te zeggen dat de saeftinghe ‘n goede plek was voor de jacht. Hij sprak over het Paalsgat en het Hondsgat.

Door deze intensieve bejaging daalden hun aantallen schrikbarend en in 1954 werden zeehonden onder de Nederlandse jachtwet geplaatst zodat deze dieren beter beschermd konden worden. In 1961 werden deze dieren definitief beschermd: in het ganse Deltagebied was het verboden zeehonden te bejagen. Deze bescherming kwam echter schromelijk te laat; een paar jaar later waren deze dieren uit de Westerschelde verdwenen.

Nu was niet alleen de jacht de oorzaak van het verdwijnen van deze dieren. In de zorgeloze sixties liep men alles lopen waar het lopen kon. De waterkwaliteit ging schrikbarend achteruit. Allerhande soorten gif, bestrijdingsmiddelen, pcb en andere leuke dingen sloop onopgemerkt in de voedselketen binnen. Deze stoffen hoopten zich langzaam maar zeker op in de vetlagen van de laatste schakel in de voedselketen, de zeehond. Met desastreuze gevolgen voor deze dieren: hun gezondheid en afweersysteem werden zwaar aangetast, van de weinige jonge zeehonden die geboren werden bleven er slechts heel weinig in leven.

Zeehondenziekte
In 1988 kreeg de zeehond bijna zijn genadeslag toen een virus verwant aan de hondenziekte, dood en verderf zaaide onder de zeehondenpopulatie. Deze dodelijke epidemie bleek achteraf een schoolvoorbeeld van natuurlijke selektie: de overlevende zeehonden bleken wonderwel bestand tegen deze dodelijke ziekte. Sterker nog, ze bleken zelfs gezonder en sterker dan hun voorgangers en kregen meer jongen dan de dieren voor de epidemie.

Ook in 2002 sloeg het zeehondenvirus toe. Voor de Westerschelde-populatie betekende dit het verlies van 6 individuen.

Soorten
In de Westerschelde kunnen er 2 soorten zeehonden aangetroffen worden: de gewone zeehond Phoca vitulina en de grijze zeehond Halichoerus grypus.

de gewone zeehond

foto van de kop van een gewone zeehondDe meest voorkomende zeehond in de Westerschelde is de gewone zeehond. De benaming ‘gewoon’ stamt nog uit de tijd toen er een paar duizend zeehonden in de Westerschelde en de Nederlandse Delta leefden; in een tijd toen er nog niemand schande over sprak dat deze zeehonden werden bejaagd omdat ze de vis voor de visvangst stalen of omdat zo’n jas of muts in zeehondenvel wel chique stond.
De gewone zeehond is tussen de 1m50 en 1m75 lang en weegt rond de 115kg. De oudste zeehond die gevonden is, was 40 jaar. Zeehond Pieternel uit het Veerse Meer. Gevonden in 1989.
Het aantal gewone zeehonden in de Westerschelde wordt rond de 30 à 35 individuen geschat. Hiervan leven er een twintigtal op de Platen van Valkenisse en in de Zimmermanngeul. Maar er worden ook regelmatig zeehonden waargenomen in de geulen en op de zandbanken van het Verdronken Land van Saeftinghe. Zelfs op ons eigenste Groot Buitenschoor werden al verschillende malen zeehonden gesignaleerd.

de grijze zeehond

een zwemmende grijze zeehondEen andere soort is de grijze zeehond Halichoerus grypus, maar deze soort treffen we uiterst zelden in de Westerschelde aan. Uit verschillende waarnemingen weten we dat er hier slechts 2 tot 3 individuen leven.


de kop van een grijze zeehondDe grijze zeehond, een andere benaming is kegelrob, is een pak groter en zwaarder dan de gewone zeehond. De grootste grijze zeehond die ik ken was +/- 2.30 m. Volgens de boeken mannetje +/- 2.30 meter gewicht maximaal 300 / 350 kg. Vrouwtje tot 2.00 m en een gewicht tot 150 – 200 kg. Deze gegevens zijn ontleend aan de veldgids “Seals of Atlanctic Canada and the Northeasrtern United States.”

 

Hoe zien we het verschil tussen beide soorten?

gewone zeehond grijze zeehond
vergelijking van de kop van een gewone zeehond en een grijze zeehond
  • hol profiel
  • neusgaten in V-vorm
  • 3 gelijke punten op kies
  • rechts profiel
  • neusgaten parallel
  • 1 grote en 2 kleine punten op kies

Een prima visser

Een zeehond is een uitstekend zwemmer en visser. Hoe onhandig en onbeholpen ze zich op het land al hobbelwobbelend verplaatsen, zo sierlijk en soepel zijn ze in het water. Met zijn gestroomlijnd lichaam haalt dit dier in het water vlot snelheden van dertig kilometer per uur en meer. Probeer maar eens als prooi aan zo’n torpedo te ontkomen.
Het troebele water van de Westerschelde en de Noordzee vormt voor de zeehond geen enkel probleem. Hier jaagt de zeehond op zijn gevoel. De snorharen registreren feilloos de minste beweging in het water. Een voorbijzwemmende vis of een platvis die zich in het zand wil verbergen, ze hebben geen enkel kans op ontsnappen.
Een zeehond verorbert per dag ongeveer vijf kilogram aan vis: bot, schol, schar, wijting, haring, sprot, … ze worden allemaal met evenveel smaak binnengespeeld.

Klein mannen
Voor de natuur telt er maar een ding: het voortbestaan van de soort. Daarom werd de voortplanting uitgevonden. Voor de zeehond bleek het systeem van levendgeboren jongen het meest praktische (tot groot spijt van de persoon die ooit vroeg of er op het Groot Buitenschoor soms zeehonden broeden).
De vrouwtjes worden in hun vierde levensjaar geslachtsrijp, de mannetjes doen er twee jaar langer over.
In augustus, direct na de zoogperiode, breek de paartijd aan. Met het nodige indrukwekkende vertoon zoals snuiven, grommen en bellen blazen gaan de mannetjes op zoek naar een vrouwtje. En nu gebeurt er iets raars: na de bevruchting gaat de eicel in stase. De bevruchte eicel nestelt zich pas in december in de baarmoeder.

pup van een gewone zeehondNa een draagtijd van zeven maanden worden tussen half juni en half juli de jongen geboren op een drooggevallen zandbank. Enkele uren na hun geboorte stijgt het water en moeten de jongen al kunnen zwemmen. Daarom gebeurt er iets speciaals in de baarmoeder: een tijdje voor de geboorte maakt de donzige, zachte huid plaats voor kort, stug en donkerder haar.

De jongen blijven een 4-tal weken bij de moeder en in die tijdspanne groeit het zeehondje van 8 tot 10 kg bij geboorte uit to een zeehond van zo’n 30 tot 40 kg.
Nu moest men ons moedermelk met een vetgehalte van 45% gegeven hebben … Na deze maand moet het jong zelf zijn kostjes bijeenzoeken. In het begin nog garnalen en kleine vissen, maar naarmate het jonge zeehondje groter wordt worden ook zijn prooien groter.

Nu is het belangrijk dat de jonge zeehonden en de sterk vermagerde moeders voor de herfst een flinke speklaag bij elkaar eten. Het is deze speklaag die hen tegen de winterkou beschermd.
Rust is belangrijk
Met de drukke scheepvaart en vooral de toenemende pleziervaart op de Schelde en Westerschelde, is het niet meer zo rustig op en rond de droogvallende zandplaten. Jetskiers razen vlak voorbij de zandplaten of komen in aanvaring met een zeehond, pleziervaarders laten hun boot droogvallen op de platen en gaan er wandelen, …

Rust heeft onze gewone zeehond wel nodig. Nu kan een zeehond evengoed rustig slapen op de bodem van de zee, ze moeten dan wel om het half uur even naar de oppervlakte komen om te ademen, of ze drijven als een reuzegrote dobber met de neus juist boven het water. Maar om hun jongen ter wereld te brengen, of om uit te rusten in de zon en zo hun vitaminenvoorraad aan te vullen, hebben ze de rust van een drooggevallen zandplaat echt nodig.

Misschien een pleidooi om zoals op de Hooge Platen in de monding van de Westerschelde, nog een paar rustgebieden voor zeehonden te creeren (bijvoorbeeld de Platen van Valkenisse en de Zimmermanngeul?)

Fuikenvisserij, een bedreiging voor zeehonden?
Regelmatig kan je op het GBS op één van de zandbanken één of meerdere zeehonden zien liggen. Maar nu komt het probleem: de laatste tijd zijn er weer fuiken bijgekomen op het Groot Buitenschoor. Het zijn niet de gewone kleine palingfuiken van + 70cm doorsnede (zie foto), maar bijna manshoge fuiken. En daar kan een zeehond gemakkelijk in verstrikt geraken en verdrinken.

De fuikenvisserij is al een oud zeer. Een paar jaar gelden voerde de afdeling Bos en Groen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap samen met de afdeling Natuur en de havenbrigade van de rijkswacht een grootscheepse actie. Spijtig genoeg strandde heel deze operatie ergens in de administratieve (malle)molen omdat heel de wetgeving niet éénduidig is.