Vinvis verdronken in Vlissingen

VLISSINGEN – 14 jan 2001 – In de Sloehaven in Vlissingen is een vinvis verdronken. Het dier raakte bekneld tussen palen en de kademuur.


Op 31 december 2000 werd een door twee zeetrektellers tot tweemaal toe een ‘spuit’ van een walvis waargenomen. De vorm en hoogte deden de waarnemers het meest denken aan een Gewone Vinvis. Dit vermoeden werd versterkt (bevestigd?) door de aangespoelde jonge Gewone Vinvis in Vlissingen twee weken later, op 14 februari 2001.

Jaap van der Hiele vertelt:

‘s morgens om 6u45 uur kregen wij een melding van twee mensen die werkzaamhedem verrichtten in de haven. Ze hoorden een harde klap tegen een stalen damwand waar de ro-ro schepen afmeerden. Ze gingen kijken en zagen een geweldige watermassa zich verplaatsen, net alsof een schip met zijn schroef aan het draaien was. Ze zagen tevens een vin van 2 meter breed. Op het moment was het hoog water.
Mijn collega en ik hebben direct de verkeersleiding van RWS gewaarschuwd dat er mogelijk een groot zeezoogdier zou zwemmen in de Westerschelde.

Omstreeks 10.00 uur vertrokken wij uit de havens van Vlissingen. Om 11.00 uur kregen wij een telefoontje van de verkeersleiding dat het Douaneschip Jan van Gendt een zeezoogdier had aangetroffen in de Sloehaven.

Wij zijn direct teruggegaan naar Vlissingen Oost. Wat wij toen zagen was echt luguber. Een dier dat geheel klem zat tussen de palen. Echt verschrikkelijk. Het dier is een langzame verdrinkingsdood gestorven. Nadat het dier zich klem had gezwommen, en dat is waarschijnlijk gezien door de twee werknemers, is het gewoon verdronken. Wat ze gezien hebben is gewoon de doodstrijd geweest. Toen wij daar ‘s morgens om 07.15 uur waren was het dier al dood.

‘s Middags om 13.00 uur zijn we gaan bergen met een 25 tons kraan, een duikploeg van de brandweer Vlissingen en twee boten van de havendienst. Na 2 uur takelen en trekken lag het immense grote dier op de kaai. 12.54 meter lang, staartvin 2 m en een gewicht in de kraan van 10.500 kg. De volgende dag is er een snijploeg gekomen o.l.v. dhr. Smeenk van Naturalis.

Op maandag middag was om 16.30 uur het dier geheel in stukken gesneden en voor transport en onderzoek gereed gemaakt. Er zijn ook mensen van de universiteit van Leuven geweest om daarbij te helpen.

Fotoverslag1