Zeehond met hazenlip

Terschelling, 4 maart 2017 – Enige dagen geleden troffen mensen van de zeehondenopvang Terschelling een wel heel bijzonder zeehondje aan op het strand. Een jonge grijze zeehond met ‘Schisis’, een spleet in de bovenlip, een hazenlip dus eigenlijk.

Op het strand is door ons de zeehond gevangen en nader onderzocht. Het gehemelte en de kaak zijn gelukkig dicht en het zeehondje heeft maar één neusgat.

Het zeehondje was goed op gewicht, een teken dat het beestje tot nu toe goed heeft weten te overleven. Een zeehondje met een dergelijke afwijking komt zéér zelden voor. Bij navraag heeft Lenie ‘t Hart in de afgelopen veertig jaar ook nimmer een zeehond gezien met een dergelijke afwijking. Daarom zijn wij maar eens verder gaan zoeken en hebben wij onze contacten en zeehondspecialisten in Engeland en in de Verenigde Staten geraadpleegd.

In Engeland werd zeventien jaar geleden een volwassen grijze zeehond met schisis gespot, offshore bij een booreiland. Deze zeehond had helemaal geen neusgaten en ook het gat in zijn bek was groter. Deze zeehond werd regelmatig gemonitord en heeft een zeer respectabele leeftijd bereikt. Reden voor ons om ‘ons’ zeehondje niet op te vangen en met rust te laten. Wel monitoren wij dagelijks het beestje om te kijken of het goed met hem gaat. De zeehond uit Engeland rustte wat vaker uit op het land dan de ‘doorsnee’ zeehond maar kon zichzelf verder goed redden. Het vangen en het eten van vis gaat natuurlijk wat moeizamer dan bij een normale zeehond, dus kost het meer energie.

Bij mensen is de oorzaak van schisis niet geheel bekend, wel is er bekend dat er een genetisch element meespeelt: als één van de ouders een vorm van schisis heeft stijgt de kans naar 7%. Wie weet is ‘ons’ zeehondje een afstammeling van de zeehond met schisis uit Engeland.

In de Verenigde Staten bleek schisis wel iéts vaker voor te komen maar dan bij zeeolifanten (Mirounga), een zeer grote zeehond, waarbij het mannetje een soort slurfachtige neus heeft. Mogelijk is hier de oorzaak inteelt maar daar zijn de wetenschappers nog niet helemaal over uit.

bron: Zeehondenopvang Terschelling