Uitslag Pathologisch onderzoek op Spitssnuitdolfijn Terschelling

Terschelling, 11 september 2016 – Zondagmiddag 11 september is er door medewerkers van de afdeling pathologie/Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht, onderzoek gedaan op de Spitssnuitdolfijn welke zaterdag dood aanspoelde bij het dorpje ‘Lies’ op Terschelling.

Het blijkt te gaan om de Gewone spitssnuitdolfijn ofwel de Noordzee-spitssnuitdolfijn (Mesoplodon bidens). Het dier woog rond de 3,4 ton en was ongeveer 5 meter lang. De gewone spitssnuitdolfijn heeft slechts twee tanden, in de onderkaak. Bij volwassen mannetjes zijn deze tanden zichtbaar als de bek gesloten is. De tanden zijn bij deze walvisachtige ook gevonden en zaten op de locatie zoals het hoort bij deze soort.

Het beest was al aardig doorgerot met het mooie weer van de afgelopen weken. Een echte doodsoorzaak is mede daardoor niet gevonden. Er waren enkele wormen in de maag maar verder was het maagdarmstelsel leeg. Het dier heeft dus enkele dagen voor zijn dood niet gegeten. De Gewone spitssnuitdolfijn eet pijlinktvis maar jaagt ook op kleine scholenvissen. Er is materiaal verzameld voor microscopisch onderzoek en de schedel is voor de collectie van Naturalis verzameld. Naturalis Biodiversity Center staat met 37 miljoen objecten vijfde op de wereldranglijst, zowel in omvang als in samenstelling.

Informatie met dank aan Lonneke IJsseldijk, projectleider onderzoek zeezoogdieren Universiteit Utrecht.