Ringelrob Dafne terug op weg naar huis

Stellendam, 6 september 2015 – Ringelrob Dafne die op 27 augustus werd aangetroffen in een Utrechtse gracht, is weer onderweg naar de Noordelijke IJszee, waar ze thuis hoort. Met enkele medevrijwilligers heeft Jaap van der Hiele van zeezoogdierenopvangcentrum A Seal in Stellendam, Dafne zondagmiddag 6 september, ongeveer twee tot drie mijl uit de kust van Texel, op de Noordzee vrijgelaten.

De Ringelrob werd na een onstuimige tocht met golven van soms wel meer dan 3 meter hoog, tijdens afgaand tij, twee tot drie mijl uit de kust van Texel uitgezet in de Noordelijke stroming, richting de Noordelijke IJszee. „Dan hoeft ze niet zoveel kracht te zetten”, aldus Van der Hiele. De boot en brandstof werd belangeloos beschikbaar gesteld door Falck Safety Services in Den Oever (N.H.).

Het dier is vermoedelijk helemaal vanuit de Noordelijke IJszee naar Nederland komen zwemmen. Via rivieren is de zeehond uiteindelijk in Utrecht terechtgekomen. Een wijkagent ontdekte het dier op de kant bij de Oudegracht. Volgens Van der Hiele is het uitzonderlijk dat een zeehond in zoet water terechtkomt, maar het komt wel eens vaker voor.

Dafne is de afgelopen veertien dagen verzorgd in zeezoogdierenopvangcentrum A Seal in Stellendam. De jonge vrouwtjeszeehond kreeg daar de naam Dafne, naar de succesvolle sprintster. Volgens verzorger Jaap van der Hiele is het twee tot drie maanden oude dier voldoende aangesterkt. Bij binnenkomst was Daphne 12,5 Kg. en bij het uitzetten zondag 6 september woog Dafne 15,7 Kg. Dat lijkt niet veel, echter de ringelrob lijkt op de gewone zeehond, maar is veel kleiner. Een volwassen dames Ringelrob weegt rond de 36 Kg. Mannetjes worden vaak groter en zwaarder dan vrouwtjes, de heren kunnen wel 113 Kg. zwaar worden. Bij de geboorte weegt het diertje 4,5 Kg en na ongeveer 7 weken tussen de 9 en de 12 Kg.

Van der Hiele: “Toen we haar mand op de rand van de boot hadden gezet, dook ze zelf het water in. Ze kwam nog even langszij en zwom toen in Noordelijke richting. De goede kant op dus.”