braamhaai

Unieke braamhaai gevonden in Koninklijk Atheneum van Oostende

Geplaatst

braamhaai-foto-elasmo-researchIn het Atheneum van Oostende vonden wetenschappers een opgezette braamhaai terug die dateert van eind 19de eeuw. Ooit was de soort vrij algemeen in Europa, maar intussen is ze quasi uitgestorven. Weinig volledige exemplaren bleven in musea bewaard.

 

Het Atheneum schenkt de unieke haai aan de wetenschap. Via moderne technieken zoals CT scanning en DNA onderzoek hoopt men meer te leren over deze soort. Nadien krijgt de braamhaai een opfrisbeurt, zodat hij er nog meer eeuwen tegen kan.

De onderzoekers hebben de braamhaai te danken aan Vital Gilson, een gedreven leerkracht biologie aan het Atheneum van Oostende tussen 1889 en 1914. “In die periode maakte Gilson werk van een didactische collectie in het Atheneum”, weet Berlinda Willaert, huidig directeur. “En die hebben we tot vandaag met zorg bewaard. Maar niemand vermoedde het wetenschappelijk belang van de opgezette dieren”. Verder verduidelijkt Willaert “Onze leraar is niet te verwarren met Gustave Gilson, een bekend Belgisch oceanograaf die in dezelfde periode een marien laboratorium uitbouwde op de site waar nu de vismijn van Oostende gelegen is”.

De unieke braamhaai in het Atheneum van Oostende.
De unieke braamhaai in het Atheneum van Oostende.

Wetenschappers van Elasmobranch Research (ERB), een Vlaamse onderzoeksgroep voor haaien en roggen, kwamen het dier op het spoor via een krant uit 1893. Daaruit blijkt dat Gilson de braamhaai kreeg van de toenmalige directeur van de visveiling van Oostende. De haai werd er op de visveiling aangeboden door een Franse visser die het dier ving aan de Engelse kust. “Na contact en een bezoek aan het Atheneum konden we met de hulp van de directie het exemplaar wonderwel terugvinden”, zegt Frederik Mollen, coördinator van ERB. “En dat was na 120 jaar nog in uitzonderlijk goede staat. Het betreft een mannetje van ca. 1,7 meter.”

De braamhaai (Echinorhinus brucus) kan tot  3 meter lang worden en dankt zijn naam aan de talrijke grote stekels (zogenoemde bramen) verspreid over zijn huid.
De braamhaai (Echinorhinus brucus) kan tot 3 meter lang worden en dankt zijn naam aan de talrijke grote stekels (zogenoemde bramen) verspreid over zijn huid.

Er is weinig bekend van de soort, en slechts een beperkt aantal exemplaren – vaak enkel de kaken – bleven bewaard in musea. “Uit onze historische gegevens bleek de soort tot eind 19de eeuw vrij algemeen langsheen de Franse en Engelse kusten, maar sinds de industriële revolutie (nvdr. stoomschepen) daalden hun aantallen drastisch” geeft Mollen aan. Het allerlaatste exemplaar uit deze regio dateert al van 1981 en op enkele latere waarnemingen langs de Turkse kust na, is de soort uitgestorven. “Het exemplaar van Oostende geeft ons alsnog de kans om meer te leren over de soort” vervolgt Mollen. “Ons team is het Atheneum dan ook erg dankbaar, en steunt hen bij de aanschaf van ander didactisch materiaal.”

De soort werd niet gericht bevist, maar werd als bijvangst verhandeld voor consumptie. In het Belgisch deel van de Noordzee komen ca. nog 20 verschillende soorten haaien en roggen voor. Meer dan de helft van deze soorten staan op de rand van uitsterven en zijn er nog slechter aan toe dan voor bijvoorbeeld de tijger of de neushoorn. ERB ijvert voor de bescherming van deze soorten, onder meer door het aanduiden van natuurreservaten op zee. Maar voor de braamhaai komt hulp wellicht te laat.

Meer info over de braamhaai is te vinden in deze technische fiche.

Tekst: Berlinda Willaert, Koninklijk Atheneum Centrum Oostende & Frederik Molen, Elasmobranch Research Belgium (ERB)
Foto’s: Elasmobranch Research