Meer onderzoek naar afname visstand Oosterschelde nodig

29 juli 2014 – In de afgelopen weken waren er regelmatig berichten over het verhongeren van de bruinvis in de Oosterschelde. Onderzoek van Wageningen Universiteit en Stichting Rugvin wijst op de teruglopende visstand als oorzaak. Het Zeeuwse Landschap wel dat er meer aandacht moet komen voor de teruglopende visstand in de Oosterschelde, een belangrijke voedselbron voor bruinvissen en zeehonden.

In de afgelopen weken waren er regelmatig berichten over het verhongeren van de bruinvis in de Oosterschelde. Onderzoek van Wageningen Universiteit en Stichting Rugvin wijst op de teruglopende visstand als oorzaak. Belangrijke voedselbronnen voor de bruinvis, waaronder wijting, kabeljauw, haring en dikkoppen, zijn de afgelopen decennia sterk in aantal afgenomen in dit belangrijke Natura2000-gebied. Bij het rapport zijn enkele kritische kanttekeningen te maken, maar het onderzoek bevestigt voor Het Zeeuwse Landschap wel dat er meer aandacht moet komen voor de teruglopende visstand in de Oosterschelde, een belangrijke voedselbron voor bruinvissen en zeehonden.

In het verleden is reeds aangetoond dat het vergroten van de aanvoer van voedingsstofrijk zoet water uit de rivier, helaas niet leidt tot een toename van de visstand in de Oosterschelde. Het Zeeuwse Landschap pleit daarom voor onderzoek naar de invloed van de grote aantallen schelpdieren, waaronder de Japanse Oester. Deze schelpdieren filteren de aanwezige fytoplankton, tevens het voedsel voor de vis(larven), uit het water. Ook zou de afname van de visstand van de Oosterschelde kunnen komen door de visserij in de Voordelta. Door inzichtelijk te krijgen wat de oorzaak voor het probleem met de visstand in de Oosterschelde is, kunnen hier specifieke maatregelen voor getroffen worden. Hiermee wordt de grote ecologische waarde van de Oosterschelde versterkt voor zowel vissen, bruinvissen als zeehonden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Het Zeeuwse Landschap.