Zeemonster klaagt plasticvervuiling aan

20140116-oostende-zeemonsterOostende 16 januari 2014 – Het mysterieuze vijf meter lange dier dat afgelopen nacht aanspoelde op het strand van Oostende en levend gehouden werd via de sociale media, blijkt een kunststoffen ‘diepzeemonster’ te zijn. De 100 kg zeeafval die werd verwerkt in de vis, vertegenwoordigt slechts 1/200.000ste van de jaarlijks in de Noordzee belandende hoeveelheid zwerfvuil.

De merkwaardige ‘diepzeevis’ die in de nacht van 15 januari 2014 aanspoelde op het strand van de Oostendse oosteroever en de voorbije 24 uur de media in de ban hield, blijkt dan toch een nepvis te zijn. Van het dier van vijf meter lang en drie meter hoog, was eerder vanop de kustlijn een glimp opgevangen.

Eens aangespoeld op het strand van de Oostendse oosteroever werd al snel duidelijk dat het hier niet om een zeldzame vissoort ging, maar om een communicatie-actie van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Het dier kreeg als doopnaam ‘Plastic Mer-trans’, een kwinkslag naar het doembeeld van door de mens veroorzaakte genmutatie bij zeedieren en het ontstaan van nieuw leven ten gevolge van doorgedreven plastic vervuiling.

Met deze actie komt het plastic probleem in de wereldzeeën nog maar eens onder de aandacht. De globale jaarlijkse productie aan plastic is sinds 1950 exponentieel gestegen tot bijna 300 miljoen ton, waarvan Europa circa 50 miljoen ton voor zijn rekening neemt. Naar schatting 10% hiervan belandt in zee. Voor de Noordzee wordt de jaarlijkse input aan plastic geschat op 20 000 ton, wat overeenkomt met de hoeveelheid verwerkt in tweehonderdduizend ‘Plastic Mer-trans’ vissen of, achter elkaar geplaatst, een afstand van hier tot in Zuid-Frankrijk. Elders, zoals in de Stille- en Atlantische Oceaan waar grote ronddraaiende zeestromingen de kunststof bijeenbrengen en in hun greep houden, leidt dit tot gigantische ‘afvaleilanden’. Omdat de afbraaktijd van plastic in de honderden jaren loopt (bv. plastic fles: 200-500 jaar), dreigt een toenemende opstapeling van dit afval in zee. Intussen leidt het grotere plastic zwerfvuil tot verstrikking en dodelijke verstoppingen bij meer dan 600 soorten walvissen, robben, zeevogels, schildpadden e.d. En eens tot kleinere fragmentjes (‘micro-plastic’) verbrokkeld, geraakt het via mosselen, pieren en kreeftjes de voedselkringloop binnen, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Gent. Zo kan het niet alleen leiden tot allerlei effecten bij deze kleinere dieren. Het kan mogelijk ook de aan het plastic gehechte vervuilende stoffen uit de oceaan tot op ons bord brengen met alle gevolgen van dien.

Minstens even belangrijk als de negatieve impact op oceaan en zeeleven, is hoe het hoofd geboden wordt aan dit probleem en hoe een oplossing wordt gevonden voor het niet-duurzaam gebruik van kunststof. Kunststof op zich is immers niet het probleem – de inzet van kunststoffen in onze moderne maatschappij is vooral een succesverhaal – maar wel het onzorgvuldig omgaan ermee. Met de scholencompetitie ‘Planeet Zee’ (www.planeetzee.be) wil het VLIZ 15-18 jarige jongeren uitdagen om creatiever en duurzamer om te gaan met kunststofafval. Via dit project wordt aan scholen een digitale leeromgeving aangeboden, waarbinnen ze kunnen werken aan actuele zeethema’s met een hoog duurzaamheidsgehalte. De klas die het meest originele project indient, kan een wetenschappelijke expeditieweek aan boord van het onderzoeksschip RV Simon Stevin winnen.