Skelet potvis Koksijde kan nog niet worden tentoongesteld

graf-valentijnKoksijde, 8 september 2013 – In Koksijde zijn de proefopgravingen begonnen om de toestand na te gaan van de begraven potvis “Valentijn van Sint-André”. Deze walvis spoelde bijna 25 jaar geleden aan op het strand van Oostduinkerke en lokte toen meer dan 100.000 toeristen naar het strand.

Wetenschappers van de Universiteit Gent wilden zien of het skelet van het 40 ton zware dier al kon worden opgegraven om het tentoon te stellen. Maar dat kan nog niet, want er hangt nog te veel vlees aan het karkas. “De wetenschappelijke medewerkers van de universiteit denken dat het moeilijk zal zijn om het skelet in zijn totaliteit op te graven en op te zetten in het visserijmuseum”, zegt burgemeester Marc Vandenbusche van Koksijde.

Die spoelde op 12 februari 1989 aan in Oostduinkerke. Er zal een proefsleuf-opgraving uitgevoerd worden waarbij een onderdeel van het skelet onderzocht zal worden. Dat onderzoek moet uitwijzen of een reconstructie van het skelet haalbaar is en zal zowat 8000 euro kosten.

Koksijde en potvissen hebben altijd iets met elkaar gehad. Er spoelden verschillende exemplaren op de stranden van Koksijde en Oostduinkerke aan sinds het begin van de vorige eeuw. De beroemdste potvis, Valentijn van Sint-André – liefst 17 meter lang en meer dan 40 ton zwaar -, vond op 12 februari 1989 de dood in Oostduinkerke. Zijn naam is een verwijzing naar het strand Sint-André en de datum van zijn overlijden.

Valentijn haalde meer dan honderdduizend bezoekers naar Koksijde. Valentijn van Sint-André is de enige van de gestrande potvissen die niet in het vilbeluik of in een museum eindigde, maar een waardig graf kreeg. Valentijn werd begraven in de grond van de abdijhoeve Ten Bogaerde. Een naast de poort geplaatste grafsteen herinnert daar nog steeds aan.