Zeehondenpup ‘s Gravenpolder

20130803‘s Gravenpolder, 3 augustus 2013 – melding voor EHBZ ZuidWest van een zeehondenpup in de Westerschelde bij het gemaal Maelstede in ‘s Gravenpolder. Het diertje werd opgehaald door Jaap van der Hiele. Na het toedienen van ORS ging het in de bekende mand op transport richting Pieterburen en werd weggebracht door Liliane en Kees.

In de tussentijd werd er nog een dode bruinvis van het strand gehaald bij Westen-Schouwen.

De volgende foto’s werden gemaakt door Chiel Jacobusse van het Zeeuws Landschap die toevallig ter plaatse was:

[picasa width=”720″ height=”540″ bgcolor=”#000000″ autoplay=”0″ showcaption=”1″ user=”zeezoogdieren@gmail.com” album=”es_20130803Maelstede”]

[mappress mapid=”964″]

De redding van Thijsje – Chiel Jacobusse

Daar lag-t-ie op de ruwe stenen. Eén nietig hoopje ellende. De oogjes toegeknepen en zo roerloos dat het leek alsof hij dood was. Toen we naderden schuifelde hij een beetje onbeholpen het water in, maar hij was zo uitgeput dat we bang waren dat hij zou verdrinken. Hoewel het beestje geen enkel geluidje maakte, wisten we onmiddellijk: dit is een huiler; een jong zeehondje dat zijn moeder kwijt is.

Het gebeurde tijdens mijn dagelijkse vogelrondje, bij het schorretje van ’s-Gravenpolder, tegenover gemaal Maelstede. Het was een dag met erg weinig vogels en daarom tuurde ik extra alert over het water. “Daar zwemt een zeehond” riep mijn vrouw ineens. “Welnee joh, dat is een paal in het water”. Dat bleek ook zo te zijn, maar juist omdat we scherper gingen kijken zagen we verderop iets zwemmen wat wel degelijk een zeehond leek. Vrouwelijke intuïtie of toch een onbewuste waarneming? Dat zullen we nooit weten, want het beestje eiste meteen de volle aandacht op. Onbeholpen kroop hij de dijk op en daar lag-ie dan; in de brandende zon …

Bij zo’n vondst is er maar één zinnige reactie. En wel onmiddellijk de politie bellen, zodat die de Eerste Hulp bij Zeehonden (EHBZ) inschakelt. Met de telefoon van een voorbijganger belde ik de centrale en daarna werd het hulptraject in werking gezet. Op de dijk had zich intussen een groep passanten verzameld en terwijl ik naar huis ging om de auto en de camera op te halen probeerde één van hen het zeehondje te vangen. Geen slimme actie, want als het mislukt kan zo’n huiler wegvluchten om vervolgens ergens in de golven, door honger en uitputting een eenzame dood te sterven. Lukt het wel om zo’n dier te vangen dan is het risico op een beet erg groot. En een zeehondenbeet is geen sinecure, temeer omdat zo’n dier allerlei virussen en bacteriën bij zich kan dragen.

Gelukkig was de redding nabij. Telefonisch kwam het bericht dat de EHBZ onderweg was. “Als het een beetje meezit is het dier over een paar uur onderweg naar Pieterburen” zei ik. Maar dat leverde een misprijzend commentaar van een omstander op: “En dat kan allemaal zomaar in dit land”. De man was duidelijk not amused over zoveel zorg voor een dier. Ik had er eigenlijk wel op in willen gaan, maar de gelegenheid ontbrak, omdat de mannen van de EHBZ er aan kwamen. In zo’n geval ben je zomaar niet uitgepraat want meestal kan je er op wachten dat “oma die wegkwijnt in het bejaardentehuis” of “de politie die nooit op tijd komt” erbij gehaald wordt. Maar de kritiek op de zorg voor zeehondjes is niet moeilijk te weerleggen.

Het is heel dikwijls onze welvaart en onze zucht naar luxe die dieren als dit pasgeboren zeehondje in de problemen brengt. Tien tegen één dat het diertje van zijn moeder geïsoleerd was geraakt door een jachtje dat aanmeerde of een zeilbootje dat drooggevallen is op de zandplaat voor de Biezelingse Ham. Onwetend en zonder kwade bedoelingen worden zeehondjes door onze luxe-hobbies verstoord of zelfs de dood ingejaagd. Dezelfde welvaart die dat mogelijk maakt stelt ons in staat om –althans een deel van- het probleem op te lossen. Volgens het principe dat “de vervuiler betaalt”, met andere woorden dat de veroorzaker van een probleem dat ook -waar het even kan- zelf weer op moet lossen.

Bij de omstanders was ondertussen mijn kleinzoon Thijs met zijn ouders aangeschoven. Het bracht mij in herinnering hoe ik als jongen na schooltijd naar de Westerschelde fietste en dan volop zeehonden op de zandplaten zag liggen. Maar ruim voordat ik de schoolbanken achter mij liet waren de zeehonden door waterverontreiniging, verstoring en biotoopvernietiging, volledig uit Zeeland verdwenen. Het zou tientallen jaren duren voor ze terug keerden. Maar dankzij factoren als het verbeteren van de waterkwaliteit in de Westerschelde, de afsluiting van zandplaten in de Oosterschelde en de ontwikkeling van de Voordelta keerden de zeehonden terug. Ook het werk van de EHBZ heeft daar fors aan bij gedragen. Als de dag van gisteren herinner ik mij de uitbundige vreugde toen ik voor het eerst weer een zeehond in de kijker kreeg. En inmiddels is een waarneming van een zeehond in Zeeland weer gewoon, maar –let wel- niet vanzelfsprekend! Het gevaar voor verdwijnen ligt nog altijd op de loer!

Wie een jonge zeehond vindt mag later het dier van een naam voorzien. Ik heb er wat twijfels bij of je een wild dier wel een individuele naam moet geven. En toch ga ik maar aanhaken bij de traditie. “Mijn” zeehondje moet Thijsje heten. En dat omdat ik hoop dat mijn kleinzoon Thijs tot in lengte van dagen kan genieten van een gezonde en levensvatbare zeehondenpopulatie in Zeeland.