Sectie spitssnuitdolfijn Schiermonnikoog

foto: SOS Dolfijn
foto: SOS Dolfijn

Lineke Begeman en Lonneke IJsseldijk van de Faculteit Diergeneeskunde, afdeling Pathologie aan de Universiteit Utrecht, zijn vrijdag naar Schiermonnikoog afgereisd om sectie op deze dolfijn te verrichten om de doodsoorzaak te onderzoeken. Van hen dit verslag.

 

‘Afgelopen donderdagavond rond 21.00 kwam de eerste melding; een gestrande spitssnuitdolfijn op Schiermonnikoog, des tijds nog in leven. Het dier stierf kort na het stranden, nog voor SOS Dolfijn bij het dier kon komen. De faculteit Diergeneeskunde werd geïnformeerd en in onderling overleg is toen de afspraak gemaakt met de betrokkenen van Schiermonnikoog dat het dier de volgende ochtend naar de Universiteit Utrecht vervoerd zou worden voor sectie. Bij zonsopkomst was het dier helaas weggespoeld van het strand met de vloed.

Vrijdagochtend, rond 11 uur werd er echter vanuit Schiermonnikoog gebeld naar de faculteit Diergeneeskunde dat de spitssnuit dolfijn weer gevonden was en nu direct van het strand zou worden gehaald. In overleg is toen besloten dat veterinair patholoog L. Begeman en onderzoeksassistent L. IJsseldijk van de Universiteit van Utrecht naar Schiermonnikoog zouden afreizen om sectie ter plaatsen te verrichten.

Determinatie, met  de hulp van mensen van Imares Texel, kwam uit op een ‘gewone spitssnuitdolfijn’ oftewel de Sowerby’s beaked whale; zeldzaam in onze wateren. Het ging om een juveniel vrouwtjes van 3.66 meter lang, geschat op zo’n 700 kilo. Acute doodsoorzaak van het dier was verstikking wat het gevolg was van het inademen van een grote hoeveelheid zand. Dit is waarschijnlijk gebeurd tijdens de stranding. Waarom het dier gestrand is, is nog niet duidelijk en verder onderzoek is ingezet (microscopisch onderzoek). De uitslag hiervan kan enkele weken duren. Verder zullen onderzoekers van Imares Texel de maag op inhoud onderzoeken en de darmen op plastics.

Het skelet, de samples genomen voor verder onderzoek en de medewerkers van de Universiteit van Utrecht, zijn met ‘de Krukel’, een schip van het ministerie van EI&L, rond een uur of 20.00 terug naar Lauwersoog gebracht. De overblijfselen konden een nachtje in de reserve koeling van Barbara Rodenburg van de ‘Goede Vissers’ overnachten. Mardik Leopold van Imares Texel en Arthur Oosterbaan van Ecomare hebben het skelet zaterdagochtend opgehaald en deze naar het Natuur Historisch Museum te Leeuwarden getransporteerd voor preparatie.

De sectie was alleen mogelijk door de buitengewone inzet van alle betrokkenen, de behulpzaamheid en het meedenken van de eilanders, gemeente en politie van Schiermonnikoog. Het gehele skelet is in tact gehouden zodat Ecomare in samenwerking met Naturalis deze kunnen prepareren en op den duur tentoon kunnen gaan stellen.

Met vriendelijke groet,

Lonneke IJsseldijk