zeer zeldzame dolfijn waargenomen

Aukland, 6 november 2012 –  Twee dolfijnen die in 2010 aanspoelden in Nieuw Zeeland blijken te horen tot een soort waarvan tot nu toe alleen een kaak en twee schedels waren gevonden.

In het najaar van 2010 spoelden twee dolfijnen aan op Opape Beach, Nieuw Zeeland. Op zich is dit niets bijzonders: er spoelen vaak dolfijnen en walvisachtigen aan op de kust van het eiland. Het volwassen wijfje en haar mannelijke jong werden geclassificeerd als de soort “spitssnuitdolfijn van Gray”. Maar nu, verder onderzoek van de anatomie en het DNA van de dieren, blijkt het om een heel andere soort te gaan: de nooit eerder waargenomen dolfijnensoort Mesoplodon traversii. De mysterieuze dolfijnensoort was tot nu toe alleen bekend van een in 1872 gevonden kaak (met tanden) en twee in de jaren ’50 gevonden schedels. Omdat de anatomie van het dier duidelijk verschilt van bekende spitssnuitdolfijnen, werden de kaak en schedels gerekend tot een aparte soort. Maar een levend exemplaar, of zelfs maar een volledig skelet, is nooit gevonden. Tot nu toe dus. Op basis van de gevonden kaak werd het dier, in het Engels, de spade-toothed beaked whale genoemd. Nederlandse naam is spadetand spitssnuitdolfijn.

Waarom dachten de biologen die de twee dieren vonden eerst dat het om een andere soort ging? Dat komt natuurlijk deels doordat je niet verwacht een soort te vinden die nooit waargenomen is. En waarvan je dus niet eens weet hoe de dieren er precies uit zouden moeten zien. Bovendien hebben de gevonden dieren ook aardig wat kenmerken gemeen met de spitssnuitdolfijn van Gray. Ook de karakteristieke tanden uit de ruim honderd jaar geleden gevonden kaak hielpen niet bij de identificatie van de dieren. Jongen en vrouwtjesdolfijnen hebben andere tanden dan volwassen mannetjes. Toen de twee dieren nauwkeuriger werden bekeken, bleken ze echter toch een aantal kenmerken te hebben die duidelijk anders waren dan bij de Gray-dolfijnen. Zo is hun kleurpatroon anders, en hebben ze een andere meloen – het bultige orgaan in het ‘voorhoofd’ van dolfijnen en andere tandwalvissen.

DNA-analyse gaf uiteindelijk de uitkomst: de genetische informatie uit de cellen van de gevonden dieren leek veel meer op dat uit de in het verleden gevonden kaak en schedels dan op het DNA van bekendere soorten spitssnuitdolfijnen. De anatomie van de dieren wijst erop dat ze waarschijnlijk heel diep kunnen duiken. Dit zou ook kunnen verklaren waarom ze nooit in het wild zijn waargenomen of gevangen: waarschijnlijk zijn de dieren schuw, en duiken ze diep onder als ze boten horen. Al valt natuurlijk niet uit te sluiten dat er ooit eerder een exemplaar van deze dolfijnensoort is gevangen, maar dat deze niet werd herkend.

Meer weten?
Conventie van Bonn

Bron: Kirsten Thompson e.a., The world’s rarest whale, in: Current Biology, 5 november 2012