Fossiele resten van walvissen ontdekt in Vrasene

Brussel, 4 juli 2012 – Paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) hebben in de gemeente Vrasene (Beveren) de resten van twee walvissen opgegraven. De fossiele resten van de zeezoogdieren dateren uit een periode dat het gebied nog door de zee bedekt was.

Wanneer begin 2012 een stuk grond in het Waasland wordt verkaveld, blijkt dat er eerder al bewoners waren … De archeologen van Antea Group vonden er archeologische resten uit verschillende periodes uit de oudheid, gaande van werktuigen van neanderthalers, sporen van een Romeins grafveld tot de restanten van een middeleeuwse boerderij.

Tijdens de opgraving van één van de Romeinse graven werd een zeer opmerkelijke vondst gedaan. De archeologen troffen er grote fossiele beenderen aan, waarop de specialisten van het KBIN werden gecontacteerd.

Op basis van enkele eerste foto’s leidden onze paleontologen af dat het om een groot skelet gaat, met vooral de ribben en een groot, nog onbekend bot zichtbaar. De omringende resten duidden op een landelijke oorsprong, zodat eerst gedacht werd aan de resten van een mammoet, met slagtand. Deze hypothese werd snel ontkracht na een bezoek van Mietje Germonpré (specialist in prehistorische landzoogdieren) en Olivier Lambert (specialist in zeezoogdieren) aan de site. Ze identificeerden het dier als een baleinwalvis, waarvan één van de kaakbeenderen deed denken aan een slagtand!

Resten van zeezoogdieren zijn niet ongewoon in de omgeving van Antwerpen: 23 tot 2,6 miljoen jaar geleden was dit gebied bedekt door zee. Heel wat walvissen (balein- en tandwalvissen, potvissen, dolfijnen …) en zeeroofdieren (zeehonden en walrussen) werden bijvoorbeeld gevonden bij het bouwen van de Antwerpse fortengordel rond 1860. Deze resten, die in ons Museum worden bewaard, vormen een van de grootste zeezoogdiercollecties ter wereld, met een onmiskenbare historische en wetenschappelijke waard.

Jammer genoeg werden de opgravingen toen grotendeels uitgevoerd door soldaten, die weinig van paleontologische methodes kenden. Zo is er veel waardevolle informatie verloren gegaan, vooral over de precieze locatie van de sites en de leeftijd van de resten. Elke nieuwe ontdekking is dus belangrijk om de meer dan 150 jaar oude vragen op te lossen.

Het was dus meteen duidelijk dat de walvis in Vrasene moest worden opgegraven …

Een team paleontologen van het Museum (Olivier Lambert, Stijn Goolaerts, Stéphane Berton, Eric Dermience, Daan Vanhove et Mark Bosselaers) legde in eerste instantie twee kaakbeenderen, verschillende schedelbeenderen, een spaakbeen, een vingerkootje en vele ribben en wervels.

Al deze beenderen zijn afkomstig van een enkel individu dat zo’n 10 meter lang was. Een eerste onderzoek van de beenderen wijst in de richting van een vinvis, van dezelfde familie als de nu voorkomende blauwe vinvis, gewone vinvis en bultrug. De mariene oorsprong van het zand werd bevestigd door de vondst van enkele haaietanden, van een haai verwant aan de Kortvinmakreelhaai.

Enkele tientallen meters verder hadden de archeologen nog meer zeezoogdierresten ontdekt. Na drie dagen extra graafwerken kon een tweede gedeeltelijk walvisskelet worden vrijgemaakt. Dit iets kleinere dier was ooit een ‘echte walvis’, een familie waartoe ook de noordkapers (Eubalaena spp.) en Groenlandse walvis (Balaena mysticetus) behoren. Er zijn weinig fossielen van deze groep bekend, en deze vondst zou dus informatie over de evolutie van de echte walvissen kunnen opleveren.

De opgegraven beenderen worden nu verder bewerkt in ons Museum, voordat ze in detail kunnen worden bestudeerd. Stalen van het omringende zand kunnen ook een beter idee geven van de precieze ouderdom van de lagen, op basis van fossiele micro-organismen.
Tijdens de bijna twee weken durende graafcampagne kreeg onze ploeg van het Museum veel hulp van vrijwilligers. Via deze weg willen wij dan ook Patrick Van Puymbroeck, Jeroen Van Woensel, Jeroen Van Boeckel, Theo Lambrechts en Michael Nicolaï bedanken.

bron en foto’s: KBIN

Zicht op de site bij de aankomst van de paleontologen. De lange overlappende beenderen zijn vinvisribben.
Met wat opgravingswerk worden de twee kaakbeenderen linksonder zichtbaar.
Staalname van sedimenten
Erg belangrijk voor de soortdeterminatie: het oorbeen van de fossiele vinvis
Fragmenten van het oorbeen van de fossiele vinvis
Beenderen van ‘echte walvissen’
Van links naar rechts: Patrick Van Puymbroeck, Stéphane Berton, Eric Dermience, Olivier Lambert, Mark Bosselaers en Stijn Goolaerts

[mappress mapid=”663″]