Bruinvis terug van weggeweest in de Noordzee

De bruinvis is de kleinste van de walvisachtigen en wordt maximaal 1,80m lang. Bruinvissen zijn geen alledaagse verschijning in het Belgisch deel van de Noordzee, maar ooit was dat anders. In de middeleeuwen bijvoorbeeld kwamen ze hier veelvuldig voor – zo staat er een bruinvis in het wapenschild van Wenduine. De “meerzwijnen” zoals ze toen heetten, waren een delicatesse. Olie afkomstig van bruinvissen werd ondermeer gebruikt voor de verlichting van de vuurtoren van Wenduine. In het midden van de vorige eeuw zijn de aantallen dramatisch geslonken en was de bruinvis zo goed als verdwenen.

Ook tijdens de eerste 11 jaar van de INBO-tellingen in de Noordzee (1992-2003) werd deze dolfijnachtige hoogstzelden gespot door onze mariene wetenschappers. Vanaf 2004 kwam daar verandering in en vooral in 2006 en 2007 telden we zeer veel bruinvissen, met een maximum van 226 exemplaren op 27 april 2006. Daarna stelden we gedurende twee jaar iets lagere aantallen vast, maar nog altijd lagen de aantallen in 2008 en 2009 gevoelig hoger dan in de eerste periode van de tellingen.
De tellingen in 2010 maakten duidelijk dat de bruinvis weer helemaal terug is en de eerste tellingen in 2011 lijken de trend te bevestigen.

De bruinvissen die nu aan de Belgische kust gespot worden maken waarschijnlijk deel uit van een populatie die vroeger voor de Schotse oostkust zat, maar nu opgeschoven is onder invloed van het verminderde aanbod van zandspiering in dit gebied. Bruinvissen leven van vis zoals de zandspiering, maar ook soorten als kabeljauw, wijting, haring en sprot, platvissen en grondels staan op hun menu. De voedselkeuze is afhankelijk van het plaatselijk aanbod en verschilt per locatie. Maart en april zijn de beste maanden om bruinvissen te spotten.

artikel: Eric Stienen, INBO