Hoge sterfte onder jonge zeehonden

Vlissingen, 14 juli 2008 – Het is slecht gesteld met jonge zeehonden in de Westerschelde en in mindere mate in de Oosterschelde. Veel dieren redden het niet zelfstandig en zijn zowel dit jaar als vorig jaar opgevangen door de Eerste Hulp bij Zeezoogdieren (EHBZ).

Jaap van der Hiele van de EHBZ vindt dat al zorgelijk, maar hij staat er vooral van te kijken dat tussen de opgevangen jonge zeehonden veel te vroeg geboren of enkele dagen oude dieren zitten. De Zeehondencrèche in het Groningse Pieterburen heeft inmiddels besloten met een kennisinstituut een onderzoek te doen naar de oorzaak van dit verschijnsel.

Vorig jaar telde de EHBZ elf jonge zeehonden in de Westerschelde en vijf in de Oosterschelde. Van die elf in de Westerschelde zijn er acht opgevangen en van de vijf in de Oosterschelde drie. “Dat is dus 75 procent”, aldus Van der Hiele, “terwijl dat percentage in het Waddenzeegebied rond de twintig procent schommelt.”

De meeste opgevangen jonge zeehonden in 2007 overleefden overigens en zijn naderhand teruggezet. Tot op heden zijn dit jaar in de Westerschelde acht zeehondjes geteld en in de Oosterschelde twee. De laatste redden het tot nu toe zelfstandig. In de Westerschelde zijn vijf van de acht getelde jonge zeehonden opgevangen, waarvan nog slechts één in leven is. Van der Hiele: “Van die vijf waren er drie te vroeg geboren en de andere heel erg jong.”

Vervuiling kan een oorzaak zijn, waarbij Van der Hiele wijst op het slechte broedresultaat van visdiefjes bij Terneuzen. Hij geeft ook een andere kant van de medaille aan. “Vijftien jaar geleden waren er vijf à tien zeehonden in heel zuidwest Nederland, nu tussen de 130 en 180. En we hebben nooit zoveel geboortes gehad als de afgelopen twee jaar.”

Bron: PZC, 14 juli 2008