bescherming

Japan mag jaarlijks duizend walvissen blijven doden

Geplaatst

Santiago, 27 juni 2008 – Op haar jaarlijkse, vrijdag in Santiago afgelopen, bijeenkomst heeft de Internationale Walviscommissie (IWC) niet meer bereikt dan een status-quo tussen de landen die op de dieren jagen, en de ecologisten. Japan mag aldus nog steeds jaarlijks 1.000 walvissen doden “ten behoeve van de wetenschap”.

De 80 deelnemers aan de bijeenkomst raakten het enkel eens over de oprichting van een werkgroep die 24 lidstaten zal tellen en die zich vanaf september zal buigen over meningsverschillen binnen de IWC, zoals de “wetenschappelijke vangst” en nieuwe gevaren voor walvissen, zoals de klimaatsverandering. Het is meteen het enige concrete resultaat in Santiago.

Dat neemt echter niet weg dat IWC-voorzitter William Hogarth zijn tevredenheid uitsprak. Ook waren er getemperd optimistische geluiden bij Latijns-Amerikaanse landen die het voor de walvissen opnemen, en bij sommige ecologisten.

Japan is wel ontgoocheld, want volgens delegatieleider Glenn Inwood is “de wereld bezig getuige te zijn van het afsterven van een internationale organisatie”.

De IWC werd in 1946 opgericht om de walvisjacht te regelen. Over de jaren heen legde de organisatie zich meer toe op de bescherming van de soort(en) en vaardigde zij in 1986 een moratorium op de commerciële walvisvangst uit. Toch heeft Japan sindsdien onder het mom van “de wetenschap” al meer dan 30.000 van die dieren gedood.

Een van de problemen van de IWC is dat elke resolutie een meerderheid van 75 procent moet krijgen, terwijl de organisatie diep verdeeld is onder aanhangers en tegenstanders van de walvisjacht.

bron: International Whaling Commission