Oerwalvis uit de Noordzee

Rotterdam, 18 dec 2007 – In de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam zijn fossiele resten van een nog onbekende en onbeschreven oerwalvis ontdekt. Het gaat om drie wervels die in 1996, 2001 en 2007 werden opgevist van de Noordzeebodem voor de kust van Zeeuws Vlaanderen.

De wervels vormen het bewijs van het voorkomen van een veel oudere en grotere soort walvis dan tot nu toe uit de Noordzee bekend was. De nieuwe soort, een oerwalvis behorende tot de suborde Archaeoceti, moet ongeveer 10-15 meter lang geweest zijn en leefde in het Eoceen, ongeveer 40 miljoen jaar geleden. Reeds eerder uit de Noordzee bekende walvisfossielen, waarvan er inmiddels duizenden zijn opgevist, zijn van ‘vroege’ baleinwalvissen afkomstig uit het Mioceen en ‘slechts’ 8-10 miljoen jaar oud.

Professor Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en hoogleraar Vertebraten-Paleontologie in Utrecht, noemt de ontdekking ‘opzienbarend’: “Het gaat hier om het oudste grote zoogdier uit Nederland! Eens te meer blijkt dat de Noordzee één van ‘s werelds belangrijkste vindplaatsen is van fossiele zoogdieren; niet alleen van de bekende Laat-Pleistocene mammoetfauna, maar ook van veel ouder en onbekender materiaal. We kunnen er zeker van zijn dat er nog veel ontdekkingen zullen volgen.”

De ontdekking werd gedaan door Klaas Post, honorair collectiebeheerder fossiele zoogdieren van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, die zijn bevindingen publiceerde in het decembernummer van ‘Cranium’, het tijdschrift van de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren.

De onderzoeker rook onraad toen hij bij de betreffende fossielen vaststelde dat het wervellichaam veel korter dan breed was, in plaats van langer dan breed zoals gebruikelijk bij duizenden andere fossiele walviswervels die hij in handen had. Uit verder onderzoek bleek bovendien dat de dwarsuitsteeksels schuin naar voren en naar onderen staan (in plaats van dwars en recht op het wervellichaam) en dat twee kanalen het centrale wervellichaam verticaal doorboren.
Op basis van deze kenmerken kwam Klaas Post bij de Archaeoceti – de oerwalvissen – terecht, waarvan de grotere soorten bekend zijn uit Egypte, Pakistan en de Verenigde Staten. Nu blijkt dat deze oerwalvissen in een wonderlijk snel tempo van hun bakermat in Azië de Noordzee en de rest van de wereldzeeën bereikten. De reeds bekende tot 16 meter lange Basilosaurus is met de vondst van de drie oerwalvisfossielen uit de Noordzee niet meer de enige grote soort.

Als we alle kenmerken op een rijtje zetten dan kunnen we niet anders dan concluderen dat we wervels van één of meer mysterieuze oertandwalvissen in handen hebben. En dat moeten geen kleintjes of lange dunne slungels geweest zijn, maar lange (acht tot vijftien meter?) en fors uit de kluiten gewassen monsters met wellicht enorme angstaanjagende tanden!” aldus Klaas Post.

De nieuwe oerwalvis uit de Noordzee blijft voorlopig nog naamloos. Voor de officiële wetenschappelijke beschrijving en -naam is meer materiaal nodig, bijvoorkeur van de schedel of het gebit. De hoop is dus gevestigd op onze Noordzeevissers en het scherpe oog van Klaas Post.

De oerwalvisfossielen zullen vanaf woensdag 19 december 2007 worden tentoongesteld.

bron: Natuurhistorisch Museum Rotterdam