EcoMare naar Vlieland voor bergen Bultrug

Op dinsdagmiddag 22 juni strandde op de Vliehors aan het Noordzeestrand van Vlieland een bultrug (Megaptera novaeangliae) aan. Om de kop van de walvis zat een nylontouw gewikkeld, dat diep in het lichaam had gesneden. Mogelijk is dat de doodsoorzaak geweest. Het dier was kortgeleden doodgegaan. Het gaat om een jong vrouwtje van circa 8 meter lengte. Zoals gebruikelijk bij bultruggen zijn op het dier walvispokken en walvisluizen aanwezig.
Op dinsdagmiddag 22 juni strandde op de Vliehors aan het Noordzeestrand van Vlieland een bultrug (Megaptera novaeangliae) aan. Om de kop van de walvis zat een nylontouw gewikkeld, dat diep in het lichaam had gesneden. Mogelijk is dat de doodsoorzaak geweest. Het dier was kortgeleden doodgegaan. Het gaat om een jong vrouwtje van circa 8 meter lengte. Zoals gebruikelijk bij bultruggen zijn op het dier walvispokken en walvisluizen aanwezig.

Vlielander Dirk Bruin maakte een serie foto’s van de bultrug, waaronder detail­opnames van de parasieten en de ingesnoerde kabel. Er zijn ook enkele onderdelen uit het karkas gesneden (o.a. een oog en enkele stukken balein). Het dier is enkele uren na de ontdekking op last van de burgemeester van Vlieland, de heer Van der Mark, versleept naar een andere plek op het militair terrein op de Vliehors, met hulp en materieel van de militairen. Daar is het dier begraven. De burgemeester had voor zijn beslissing de volgende drie argumenten. Het dier bevond zich op militair terrein en trok veel publiek op een plek waar dat ongewenst was. Als het dier zou gaan ontbinden, zou de volksgezondheid in gevaar komen. Het op een andere manier bergen van het dier zou voor de gemeente Vlieland een hoge kostenpost betekenen. De heer Van der Mark heeft geprobeerd de heer Smeenk, conservator zoogdieren van Naturalis in Leiden, te bellen en ook EcoMare, maar dat is niet gelukt. Wel heeft hij mevrouw ’t Hart van het Zeehondencentrum te Pieterburen gesproken en van haar te horen gekregen dat de wetenschappelijke waarde gering was. Op dat moment was niet duidelijk welke soort het was.

Op de ochtend van 23 juni zijn de foto’s van Dirk Bruin via de NIOZ-medewerker Kees Camphuijsen verspreid en was het duidelijk dat het een bultrug was. Bij EcoMare ontstond toen het plan om alsnog een bergingspoging te doen, teneinde het skelet en eventueel andere onderdelen te behouden. Na overleg met Naturalis en het Fries Natuurmuseum, die beide niet direct belangstelling hadden voor het skelet, heeft EcoMare aan burgemeester Van der Mark gevraagd of de walvis opgegraven en uitgebeend mocht worden om het skelet te bergen ten behoeve van de collectie van EcoMare. De burgemeester ging akkoord en regelde dat ook de militairen hun medewerking zouden verlenen. Daarna heeft EcoMare een snijploeg opgeroepen, die donderdagochtend 24 juni naar Vlieland afreisde.

In de middag van 23 juni kwamen er bij EcoMare verschillende berichten binnen van teleurgestelde Vlielanders, waaronder de ontdekker van het gestrande dier, die vonden dat de walvis aan Vlieland toekwam. Op Vlieland zijn twee musea waar het walvisskelet een plaats zou kunnen krijgen. EcoMare heeft echter de officiële weg voor het verkrijgen van de bultrug bewandeld, een organisatorisch en financieel risico genomen en, in tegenstelling tot de musea op Vlieland, een ontheffing van de Natuurbeschermingswet om dit beschermde dier onder zich te hebben. Wel zou het skelet een periode op Vlieland tentoongesteld kunnen worden.

Op donderdagochtend kwam het bericht dat de graafmachine kapot was en dat de walvis niet uitgegraven kon worden. De gealarmeerde snijploeg besloot toch naar Vlieland te gaan om ter plekke poolshoogte te nemen. Met de Vlielanders en de commandant van het militair terrein werd afgesproken, dat waar het skelet ook naar toe zou gaan, het wel zaak is om het dier nu uit te graven, omdat het karkas anders zou vergaan.

De vierde bultrug

Dit is de vierde bultrug, die in betrekkelijk korte tijd (anderhalf jaar) aan de Nederlandse kust is gestrand. Het is een zeldzame walvissoort, die vóór 2002 nauwelijks in de Noordzee is gesignaleerd. De drie gestrande dieren zijn geborgen door Naturalis, maar zij waren alle drie te zeer vergaan en/of te jong, om het complete skelet er uit te halen. Omdat het bij de Vlielandse bultrug om een vers exemplaar gaat, bestaat de kans om het skelet te behouden nu wel. Door het verslepen en ingraven, is het skelet ongetwijfeld beschadigd, maar volgens preparateur Chris Walen kan het waarschijnlijk wel gelijmd worden. In Europa zijn slechts twee musea met een skelet van een bultrug in de expositie, op IJsland en in Brussel.

Het is opmerkelijk dat er zo snel achter elkaar vier bultruggen aanspoelen. Mogelijk heeft dit een vergelijkbare oorzaak als de verschuivingen in de arealen van andere zeezoogdieren en zeevogels in de laatste jaren. Zo zijn er ook meer bruinvissen voor de Nederlandse kust waargenomen, en de zeevogels in de noordelijke Noordzee hebben bijzonder slechte broedresultaten door gebrek aan voedsel. Door deze voedselschaarste zouden de dieren hun heil zoeken buiten hun normale areaal. Een en ander zou te maken kunnen hebben met veranderingen in de temperatuur van de Noordzee en met visserijdruk.

Kenmerken van de soort

De bultrug komt voor van pool tot pool in alle oceanen. Het is een baleinwalvis, die zich voedt met krill en kleine vissoorten. Ze kunnen tot 18 meter lang worden en een gewicht bereiken van twee ton. Bij geboorte zijn ze 4-5 meter lang. De vorm van het dier is zeer karakteristiek, met lange voorvinnen, een pokdalige kop en een voor elk individu kenmerkend zwart-wit vlekkenpatroon op de staart, voorvinnen en buik. Sinds 1966 wordt het dier bijna nergens meer bejaagd. Melville schrijft in zijn bekende boek ‘Moby Dick’ dat de bultrug ‘de meest speelse en luchthartige van alle walvissen’ is. Het dier staat bekend om zijn spectaculaire dartele sprongen en capriolen, het maken van vrolijk schuim en opspattend water, en de indruk­wekkende loeiende zang. Deze activiteiten zijn te zien op de plekken waar de dieren zich verzamelen om te paren en jongen te baren, langs subtropische kusten. Zulke plekken trekken veel ‘whale-watchers’ en zijn voor de plaatselijke toeristenbranche economisch van groot belang.

Bron: persbericht Ecomare