Zeehonden gedijen in Delta

Na een dip in 2003 is er weer sprake van een toename van het aantal zeehonden in de Delta. In augustus vorig jaar werden 208 dieren geteld; het jaar ervoor was de hoogste score 107 zeehonden.De opmars van de grijze zeehond zet zich voort. De kans bestaat dat deze soort de gewone zeehond verdrijft. Met name in de Voordelta, waar de meeste zeehonden verblijven, is dat al aan de orde.

De provincie Zeeland telt jaarlijks vanuit de lucht de aantallen zeehonden. Dat gebeurt onder meer om de ontwikkeling van het aantal dieren in kaart te brengen.

Sinds het dieptepunt in 1984, toen er maar drie zeehonden werden gezien, is sprake van een gestage stijging. Die werd in 2003, waarschijnlijk onder invloed van het zeehondenvirus, abrupt afgebroken.

Momentopname

De tellingen over vorig jaar geven aan dat het herstel zich weer snel heeft ingezet. In mei werden 130 zeehonden geteld, in september 150, met als hoogtepunt 208 in augustus (de paartijd van de gewone zeehond, die zich dan meer dan normaal op de zandplaten bevindt).

Volgens de momentopname van augustus zaten in de Voordelta 132 zeehonden, de meeste op de Bollen van de Ooster, voor de Brouwersdam.
De Westerschelde telde 51 dieren, waarvan 12 op de Rug van Baarland en 19 bij de Zimmermangeul in het oostelijke deel van de rivier.
De score in de Oosterschelde lag aanzienlijk lager en bedroeg 25, grotendeels in het westelijke deel (Westgeul).

J. van der Hiele van de Eerste Hulp bij Zeezoogdieren in Zuidwest-Nederland is aangenaam verrast door het hoge aantal zeehonden. Hij heeft er geen duidelijke verklaring voor, maar wijst wel op de “heel grote toename” van het aantal grijze zeehonden. Van der Wiele vermoedt dat die afkomstig zijn uit de Engelse Wash of uit de Waddenzee.

“Waar de grijze zeehond in een grotere groep ergens komt, gaat de gewone zeehond weg”, zegt hij.

Dat kan gevolgen hebben voor de langzaam opgebouwde populatie in de Deltawateren. Van der Hiele geeft aan dat de grijze zeehond zich niet beperkt tot de Voordelta, maar ook al in de Oosterschelde gesignaleerd is.

Afgezien van de verschillen in uiterlijke kenmerken, vertonen grijze en de gewone zeehond ook ander gedrag. Zo vallen de meeste geboortes bij de grijze in december/januari. De gewone zeehond baart in juli (opmerkelijk is dat de geboortegolf ongeveer één maand later valt dan in de Waddenzee). In die periode komen ook de zogenaamde ’huilers’ voor: een baby-zeehond die de moeder is kwijtgeraakt en klaaglijke geluiden laat horen.

Van der Hiele maakt zich zorgen over het grote aantal meldingen van aangespoelde dieren, dat dit jaar al is binnengekomen: 55, wat leidde tot 40 opgehaalde dieren, waarvan zeven levend werden geborgen. Over het hele jaar 2004 werden 88 dieren opgehaald door de Eerste Hulp bij Zeezoogdieren (EHBZ).

“Als het zo doorgaat komen we dit jaar boven de honderd uit. De reden kan van alles zijn. Natuurlijke uitval, ziekte, weinig eten”, stelt Van der Hiele. De zeven levende exemplaren waren grijze zeehonden en bruinvissen. Van de laatste soort spoelden afgelopen weken veel exemplaren aan langs de Vlaamse kust.

Onder de 33 dode dieren waren een zandhaai en een reebok (in de buitenhaven Vlissingen). De overige waren voor de helft zeehonden en de andere helft bruinvissen.

Bron: PZC, 7 mei 2005