Wageningen bekijkt gedrag zeehonden

De groep grijze zeehonden in de Waddenzee en de Noordzee is de afgelopen 25 jaar sterk gegroeid. Onderzoeksinstituut Alterra, onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR), gaat de populatie in kaart brengen en onderzoeken hoe de dieren zich gedragen.De grijze zeehond dook tot 1980 als gast af en toe op in de Nederlandse kustwateren. De soort komt vooral voor langs de Scandinavische kustgebieden, bij IJsland en rond Groot-Brittannië en Ierland. Eind jaren tachtig vestigde zich een groepje van enkele tientallen dieren op de zandbanken tussen Vlieland en Terschelling. Vorig jaar bleken in het westelijk deel van de Waddenzee al meer dan 1100 grijze zeehonden te zitten.

De onderzoekers willen dit jaar de omvang van deze zeehondengroep in kaart brengen en bcijferen hoe hard de populatie groeit. Daarbij gaan ze bekijken hoe de dieren zich gedragen en waar ze naartoe zwemmen. Om deze gegevens te verzamelen zijn de afgelopen weken een aantal grijze zeehonden van een zendertje voorzien, waarmee ze de klok rond gevolgd kunnen worden. Deze satellietzenders laten ook zien hoelang ze gemiddeld boven en onder water doorbrengen en hoe diep ze duiken.

De grijze zeehond onderscheidt zich qua uiterlijk van de meest bekende ‘gewone zeehond’, die ook in het waddengebied voorkomt, door zijn ‘hoge neus’. Ook is hij groter (tot 2,5 meter).