Hoge bijvangst van bruinvissen bij strandvisserij in het voorjaar van 2004

De bruinvis is met zijn maximale lengte van 1,8m de kleinste walvisachtige die in de Noordzee leeft. Na decennia van vrijwel afwezigheid, komt dit zeezoogdier sinds de tweede helft van de jaren 1990 opnieuw vrij algemeen voor in de Belgische zeegebieden.

Het aantal strandingen van bruinvissen op onze stranden is de afgelopen vijftien jaar gevoelig toegenomen: van jaarlijks 3 tot 6 tussen 1990 en 1996, tot meer dan 30 in 2003 en 2004.De bruinvis is met zijn maximale lengte van 1,8m de kleinste walvisachtige die in de Noordzee leeft. Na decennia van vrijwel afwezigheid, komt dit zeezoogdier sinds de tweede helft van de jaren 1990 opnieuw vrij algemeen voor in de Belgische zeegebieden. Vooral in het voorjaar (januari tot mei) worden hier vaak bruinvissen waargenomen. Ook het aantal strandingen vertoont al een tijdje een stijgende trend. Tussen 1990 en 1996 werden jaarlijks 3 tot 6 gestrande bruinvissen gerapporteerd. Tussen 1997 en 2004 waren dat er 8 tot 37 (in 2003) per jaar. In 2004 (tot 20 september) verzamelde de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee (BMM) – die de opvang van en het onderzoek naar gestrande zeezoogdieren in België coördineert – reeds 38 dode bruinvissen.

Voor de stijging in het aantal bruinvissen in de Belgische zeegebieden (en in de zuidelijke Noordzee in het algemeen) bestaan een aantal mogelijke verklaringen. In de zuidelijke Noordzee bevindt zich opnieuw meer haring en sprot (soorten waarmee de bruinvis zich voedt), onder meer als gevolg van de maatregelen genomen in de Europese Gemeenschappelijke Visserijpolitiek. Verder kan het terugdringen van vervuiling een positief effect hebben op de aanwezigheid van bruinvissen in onze kustwateren. Het is ook mogelijk dat de populatie van de bruinvis in de Noordzee eigenlijk niet aangroeit, en dat de hogere aantallen in het zuidelijk deel het gevolg zijn van een verplaatsing van een deel van de populatie. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een verminderd voedselaanbod in de centrale en noordelijke Noordzee.

Bruinvissen: een ongewenste bijvangst in de beroepsvisserij
De bruinvis wordt strikt beschermd, onder meer in de nationale wetgeving. In een aantal internationale overeenkomsten en verdragen (ASCOBANS – het Verdrag inzake de bescherming van kleine walvisachtigen in de Noordzee en de Oostzee, de Europese Habitatrichtlijn en de Noordzeeconferenties) worden mogelijke maatregelen onderzocht voor het terugdringen van incidentele vangsten van bruinvissen.

Een probleem dat zich immers stelt bij de bescherming van deze soort, is de incidentele bijvangst die vooral voorkomt in zgn. staand want of warrelnetten. In de hele Noordzee verdrinken elk jaar duizenden bruinvissen in dergelijke netten. Deze bijvangst van zeezoogdieren staat in schril contrast tot het relatief milieuvriendelijke karakter van de beroeps-warrelnetvisserij in vergelijking met bijvoorbeeld de boomkorvisserij. Warrelnetvisserij kent in verhouding immers heel weinig bijvangst van ongewenste soorten (vis, ongewervelden) en van ondermaatse vis, veroorzaakt vrijwel geen bodemverstoring, en vereist relatief weinig brandstof.

Wetenschappers en vissers werken op internationaal vlak samen bij het onderzoek naar de beperking van de bijvangst van bruinvissen in de beroepsvisserij. Ook vissers betreuren immers de vangst van zeezoogdieren in hun netten, en ze willen die dan ook zo veel mogelijk vermijden. In het kader van de Gezamenlijke Visserijpolitiek van de Europese Commissie (en in uitvoering van de Europese Habitatrichtlijn) werden zeer recent een aantal maatregelen genomen om de bijvangsten in de beroepsvisserij te verminderen.

De recreatieve warrelnetvisserij en de bruinvis
Voor recreatieve visserij bestaan enkele nationale reglementen. Zo is het verboden om bij deze vorm van recreatie warrelnetten vanaf bootjes in zee uit te zetten. Daarnaast werd, als beschermingsmaatregel voor onder meer zeezoogdieren, in 2001 een Koninklijk Besluit uitgevaardigd waarbij recreatieve strandvisserij met warrelnetten beneden de laagwaterlijn verboden werd (Belgisch Staatsblad 14 februari 2002).

Naast warrelnetten zetten recreatieve vissers ook andere types net uit op het strand, zoals fuiken en zgn. platte netten. De periode waarbinnen de grootste vangsten kunnen behaald worden bij strandvisserij is maart tot mei. Dan worden ook het hoogste aantal netten geplaatst. In deze tijd van het jaar zoekt paaiende tong zeer ondiep water op, en bij hoog tij zelfs het ondergelopen strand. Dit is ook de periode waarin veel bruinvissen aan onze kust vertoeven.

Tussen 27 januari en 31 mei 2004 werden op onze stranden 23 dode bruinvissen aangetroffen. Daarvan waren tenminste negen, maar mogelijk 13, verdronken in visnetten, alle tussen 17 maart en 8 mei. Van deze dieren verdronken er tenminste vijf in netten die bij recreatieve visserij ingezet worden vanaf het strand. Van de vier andere dieren kon niet vastgesteld worden bij welke visserij ze verdronken waren.
Van drie van de bijvangst-dieren is het zeker dat ze in recreatieve warrelnetten (zie foto) verdronken, en het is waarschijnlijk dat dergelijke netten verantwoordelijk zijn voor alle, of voor tenminste het grootste gedeelte van de bijvangst bij strandvisserij. De bijvangst kon niet enkel via uiterlijke sporen vastgesteld worden (zie foto). Ook het inwendig onderzoek tijdens de autopsie toonde duidelijk aan dat de dieren verdronken waren.

Het aantal vastgestelde bijvangsten van bruinvissen moet beschouwd worden als een minimum. Het is mogelijk dat nog meer dieren verdronken, en dat die ofwel niet aanspoelden, of dat de kadavers door derden verwijderd werden van het strand. Medewerkers van het Centre de Recherche sur les Mammifères Marins, het Franse nationale strandingnetwerk, deelden ons mee dat in het voorjaar van 2004 ook in Noord-Frankrijk relatief hoge aantallen bijvangsten van bruinvissen voorkwamen bij strandvisserij.

Gezien de vastgestelde bijvangst, en gezien de verplichtingen op nationaal en internationaal vlak om deze kwetsbare soort beter te beschermen, lijken bijkomende maatregelen m.b.t. recreatieve visserij noodzakelijk.

Ook uw waarnemingen zijn van tel
Gegevens over strandingen van zeezoogdieren, en opmerkelijke waarnemingen van zeezoogdieren in Belgische zeegebieden, kunt u terugvinden op de website van de BMM: http://www.mumm.ac.be. Strandingen kunnen gemeld worden aan de BMM, of aan een gemeentelijke dienst (politie, brandweer, …). Ook waarnemingen van levende zeezoogdieren betreffen nuttige informatie, en worden opgenomen in het databestand van de BMM. Ze kunnen gemeld worden via e-mail op: dolphin@mumm.ac.be.

We houden eraan alle medewerkers aan het tussenkomstnetwerk voor het wetenschappelijk onderzoek van gestrande zeezoogdieren te bedanken.

bronvermelding: www.mumm.ac.be; Haelters, J. & Kerckhof, F., 2004. Hoge bijvangst van bruinvissen bij strandvisserij in het voorjaar van 2004. De Grote Rede 11