Verdwaalde klapmuts gered uit de IJssel

Arnhem, 27 sep 2004 – De op zondag 26 september gesignaleerde klapmuts, werd ’s maandags uit de Ijssel gered.

Het dier bleek sterk vermagerd en oververmoeid. Een eerste-hulpactie door het toedienen van vocht (ORS) deed echter wonderen.

De klapmuts Jan Mayen is vermoedelijk niet ziek, maar wel uitgeput. Zijn verblijf in Pieterburen zal daarom waarschijnlijk niet lang duren. Zodra hij op krachten is, zal hij worden uitgezet op een manier die het hem makkelijk maakt om terug te keren naar zijn geboortegrond in de Noordelijke IJszee.

Toen de crèchemedewerkers maandagochtend in de stromende regen het recreatiegebied de Rhederlaag in de buurt van Velp per boot doorkruisten, liet de jonge klapmuts zich weliswaar kort maar overduidelijk zien. Dat was het sein om het “vangteam” van Pieterburen op te roepen om op weg te gaan. Terwijl die mannen onderweg waren, volgde het team ter plaatse de zeehond. Die kreeg al bij voorbaat de naam Jan Mayen toegewezen, naar zijn vermoedelijke geboorteplaats: het eiland Jan Mayen ten oosten van Groenland. Dankzij de fantastische medewerking van enkele binnenvaartschippers werd de zeehond steeds opnieuw gelokaliseerd, waardoor hij goed kon worden gevolgd. Hij trok, net als de vorige dag, na enkele uren weg uit het recreatiegebied en zwom stroomopwaarts in de ter plaatse vrij smalle en daardoor snelstromende IJssel. Beslist niet de ideale plek om een vangpoging te doen.

Toen het tweede team uit Pieterburen was gearriveerd, werd een observatietocht op de IJssel uitgevoerd. De zeehond – die steeds in de gaten was gehouden – bleek na een dag van zwemmen tegen de stroom in vermoeid en koos een rustplaats op een zandige oever tussen de kribben in een bocht van de IJssel. Die kans konden we niet voorbij laten gaan.

Richard en Meindert, twee leden van het vangteam, gingen buiten het gezichtveld van de rustende klapmuts aan land. Terwijl de één het dier afleidde, kroop de andere dichterbij. Daardoor kon de klapmuts bij verrassing worden gepakt.

Het dier bleek sterk vermagerd en oververmoeid. Een eerste-hulpactie door het toedienen van vocht (ORS) deed echter wonderen. Daarop begon het transport naar Pieterburen, waar de jonge klapmuts zijn verblijf in volledige quarantaine zal moeten doorbrengen: het is erg belangrijk dat exoten (zeehonden uit andere gebieden dan de Noordzee of de Waddenzee) gescheiden blijven van de dieren uit juist die gebieden.

De klapmuts Jan Mayen is vermoedelijk niet ziek, maar wel uitgeput. Zijn verblijf in Pieterburen zal daarom waarschijnlijk niet lang duren. Zodra hij op krachten is, zal hij worden uitgezet op een manier die het hem makkelijk maakt om terug te keren naar zijn geboortegrond in de Noordelijke IJszee.

Het blijft een open vraag hoe een dergelijke “dwaalgast” vanuit Noordelijkestreken bijna honderd kilometer landinwaarts heeft kunnen doordringen zonderooit gezien te zijn. Daar kan ook de Zeehondencrèche alleen maar vraagtekens bij plaatsen.

bronvermelding: zeehondencreche Pieterburen

Fotoverslag