Steeds meer bruinvissen aan Belgische kust

Het aantal bruinvissen dat dood aanspoelt op de Belgische stranden stijgt. Dat is een vaststelling die de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM/KBIN) maakt op basis van het databestand dat door BMM/KBIN bijgehouden wordt.In 2004 spoelden al 33 bruinvissen aan. Vorig jaar waren het er 37. “Sinds 1997 stellen we een stijgende tendens vast”, vertelt Francis Kerckhof van de BMM.

“Echt vreemd is het niet dat er bij ons meer bruinvissen aanspoelen, want ze worden er ook steeds vaker waargenomen”, verduidelijkt marinebioloog Francis Kerckhof. “Tot de jaren ’50 was de bruinvis algemeen in de zuidelijke Noordzee. In de jaren ’70 en ’80 waren ze er nagenoeg verdwenen. Vermoedelijk lag vervuiling en overbevissing van haringachtigen of hun voedsel aan de basis hiervan, maar ook milieufactoren kunnen een rol hebben gespeeld.

Een wetenschappelijke verklaring voor de toename van het aantal bruinvissen is er nog niet, wel een aantal mogelijkheden. “Mogelijk gaat het om een verschuiving van de bestaande populatie door een gebrek aan voedsel in de centrale en noordelijke Noordzee”, zegt Kerckhof.
Mogelijk zijn er ook meer bruinvissen in de zuidelijke Noordzee door betere leefomstandigheden; een vermindering van vervuiling, een mogelijke verbetering van het voedselaanbod. Het is vaak niet mogelijk om
bij gestrande dieren vast te stellen of ze ziek worden en daardoor verzwakken en aanspoelen of dat ze verzwakken door een voedseltekort, en daardoor ziek worden.”

De meeste bruinvissen spoelen aan tussen januari en augustus. Tijdens de zomer spoelen vooral jonge dieren aan (0 – 3 maanden oud).

In de lente verdrinken de laatste jaren steeds vaker jonge dieren (1 – 2 jaar oud) in warrelnetten die door recreatieve vissers ingezet worden op het strand.
“Warrelnetten voor recreatief gebruik zijn verboden op zee. Op het strand mag het echter wel. De BMM heeft bij de Vlaamse overheid aangedrongen op maatregelen. De bruinvis is immers een strikt beschermd diersoort.”