Vlielandse bultrug dan toch naar museum

VLIELAND – De dode bultrug die dinsdag 22 juni 2004 op Vlieland is aangespoeld en snel werd begraven, is vandaag door biologen weer opgegraven. Burgemeester Rob van der Mark besloot eerder het kadaver snel te begraven omdat hij dacht dat niemand er belangstelling voor had. Het biologisch centrum Ecomare op Texel wil het skelet maar al te graag hebben en zond donderdagochtend 24 juni een bergingsploeg naar het eiland.VLIELAND – De dode bultrug die dinsdagmiddag op Vlieland aanspoelde, blijft toch behouden voor de wetenschap. Een bergingsploeg van Ecomare op Texel is vanochtend vertrokken om de walvis op te graven. ,,Er zijn in Europa maar twee bultrugskeletten bewaard gebleven”, legt Arthur Oosterbaan van Ecomare uit. ,,Een in Brussel en een op IJsland. Dat is het, verder heeft niemand zo’n beest.”
De Texelaars willen de bezoekers van hun zeebiologisch centrum op De Koog straks ook zo’n skelet kunnen tonen. Burgemeester Rob van der Mark liet als strandvonder van Vlieland het kadaver snel begraven. Landmachtmilitairen in een bergingstank hadden de klus in anderhalf uur geklaard. Van der Mark leefde in de veronderstelling dat niemand belangstelling voor het kadaver had.

Dat bleek een misrekening. Specialist Chris Smeenk van het Leids natuurmuseum Naturalis reageerde zelfs ,,een beetje boos” toen hij hoorde dat het dode walviswijfje reeds onder de grond was verdwenen. Ook Oosterbaan van Ecomare kan daar niet mee leven. ,,Zo’n bijzonder ding, het is toch de moeite waard.”

Burgemeester Van der Mark kaatst de bal terug naar de wetenschappelijke instituten. ,,Wij hebben geprobeerd contact met hen op te nemen, maar we kregen geen reactie. Ik heb de indruk dat ze niet in de gaten hadden dat het om een bijzondere baleinwalvis ging. Dat kwartje viel daar vrij laat.”

Volgens Van der Mark is de bultrug zo snel van het strand verwijderd vanwege de veiligheid. ,,De walvis lag voorbij de rode vlag van de schietrange. Zoiets trekt veel mensen, maar er wordt daar wel geoefend.” Hij stelt dat het dode dier niet is begraven, maar slechts met zand is toegedekt. ,,En dat was zeker niet voor de eeuwigheid.”

Specialist Smeenk van Naturalis ziet het allemaal toch wat anders. Hij denkt dat Van der Mark uit financieel oogpunt tot de snelle berging is overgegaan. Na enkele potvisstrandingen polsten Texel en Terschelling eind jaren negentig verzekeringsmaatschappijen over een polis voor bergingskosten. Het ruimen van een kadaver zou ruim €30.000 kosten. De gemeentebesturen zagen uiteindelijk van zo’n walvisverzekering af.

Van der Mark geeft toe dat geld een rol heeft gespeeld. ,,Wij hebben nu toestemming gegeven voor de opgraving, maar wel op kosten van Ecomare. Het kost Vlieland niets.” Het zeebiologisch centrum heeft de landmacht gevraagd om opnieuw bij de klus te assisteren. ,,Het is voor ons wel een avontuur”, bekent Oosterbaan.

bronvermelding: Leeuwarder Courant