bruinvis

Een bruinvis is niet bruin en is ook geen vis

Een bruinvis is niet bruin en is ook geen vis. Raar maar waar. De naam stamt uit een tijd dat nog niet was vastgesteld dat dolfijnen zoogdieren zijn en dus geen vissen.

Bovendien was men alleen nog maar bekend was met de aangespoelde, overleden exemplaren. De vaalwit met antracietgrijze huid kleurt een half uur na de dood al bruin, als gevolg van uitdroging.

De bruinvis leeft, alleen of in groepjes van twee of drie dieren, dicht onder de kust in de gematigde wateren van het noordelijk halfrond. Ze worden soms waargenomen door wrakduikers.

Omdat ze een relatief dikke vetlaag onder de huid hebben, kunnen ze in tegenstelling tot andere dolfijnsoorten niet springen.

De populatie in de Noordzee is door Rijkswaterstaat recent geschat op 20.000, wat een enorme toename is ten opzichte van voorgaande jaren. Dat komt waarschijnlijk door een stijging van de juiste jaarklasse vis: de bruinvis zoekt namelijk de vis op die precies zo groot is, dat hij in één keer door zijn keelgat kan.

Bruinvissen krijgen slechts één jong in twee jaar tijd.

Ze worden maximaal honderdvijftig centimeter lang – mannetjes iets minder – en vijftien jaar oud.